“Al maanden kampen bewoners van de wijk Nieuwe Kempen met overlast”, zo meldt Het Belang van Limburg (12/1/2026) naar aanleiding van getuigenissen van buurtbewoners. De incidenten stapelen zich op en escaleerden recent, ook tijdens nieuwjaarsnacht.
Ook in het nabijgelegen Nomadland werd er vandalisme gepleegd, hetgeen behoorlijk ontmoedigend is voor de vele vrijwilligers die het domein onderhouden.
Woorden en beleidsplannen van het stadsbestuur botsen op de realiteit. Vandaar volgende vragen:
Het pas goedgekeurde meerjarenplan stelt expliciet dat Genk een “veilige stad met veilige buurten” wil zijn. Hoe verklaart het college van burgemeester en schepenen dat bewoners van Nieuwe Kempen vandaag expliciet aangeven zich niet meer veilig te voelen? Op welke manier wordt er bijgestuurd wanneer beleidsdoelstellingen aantoonbaar niet gehaald worden?
Hoeveel meldingen van vandalisme, brandstichting, intimidatie, geweld werden de afgelopen twee jaar geregistreerd in Nieuwe Kempen? Hoeveel van deze meldingen leidden tot effectieve sancties, GAS-boetes of gerechtelijke vervolging?
Kan het stadsbestuur verklaren waarom bewoners aangeven dat camerabeelden en processen-verbaal geen zichtbare gevolgen hebben?
Onze stad geeft een aanzienlijke dotatie voor Politiezone Carma. Welke concrete extra aanwezigheid heeft dit in probleemwijken zoals Nieuwe Kempen opgeleverd?
Hoeveel wijkagenten zijn structureel actief in Nieuwe Kempen, en acht het stadsbestuur dit voldoende?
Waarom werd na eerdere signalen van escalatie niet sneller overgegaan tot verhoogde en zichtbare politieaanwezigheid of andere maatregelen om de overlast in te dijken?
Welke concrete preventieve acties werden in Nieuwe Kempen uitgerold vóór de recente escalatie?
Welke sancties volgen wanneer jongeren (of andere overlastplegers) ondanks begeleiding blijven zorgen voor overlast?
Worden ouders systematisch betrokken bij ernstige of herhaalde feiten?
Wat Nomadland betreft: Waarom bleek een site met grote vrijwilligersinzet zo kwetsbaar voor vandalisme? Wie draagt de kosten voor herstel en opruiming? Hoe beschermt het stadsbestuur vrijwilligers tegen ontmoediging door herhaald vandalisme?