Het huidige reglement 'Inname openbaar domein met betrekking tot horeca-en handelsactiviteiten' sluit niet langer aan bij de manier waarop het Genkse grondgebied zich de afgelopen jaren ontwikkelde. Zowel vanuit horecaondernemers als vanuit de stadsdiensten kwamen herhaaldelijk vragen en knelpunten naar voren. Tijdens het studietraject, dat door het college van burgemeester en schepenen werd gegund op 11 april 2023 aan ontwerpbureau Creneau International nv, werd in samenspraak met de stadsdiensten duidelijk dat de bestaande regels onvoldoende handvatten bieden voor kwalitatieve, toekomstgerichte en uniforme terrassen in het centrumgebied.
Er is nood aan duidelijke leidende principes voor terrassen op openbaar domein, onder meer omdat horecaondernemers steeds vaker vragen om overdekte terrasconstructies, terwijl deze niet eenduidig waren gereguleerd. Ook de centrumvergroening met de herinrichting van de Grote Markt, het Sint‑Martinusplein en het Stadsplein vereist een betere ruimtelijke integratie van terrassen. De studie werd dan ook afgestemd met de betrokken stadsdiensten om aansluiting te garanderen bij de ambities rond vergroening.
Daarnaast brachten de participatiemomenten met de horeca‑uitbaters bijkomende behoeften en aandachtspunten naar voren. De huidige regelgeving biedt onvoldoende antwoord op vragen rond plaatsing los van de gevel, vrije voetgangersdoorgangen, overkappingen, vergroening en uniforme beeldkwaliteit. Ook bleek dat bestaande terrassen soms niet vergund zijn of niet conform de huidige regels zijn, wat een consequente handhaving bemoeilijkt. Hiervoor wordt parallel met de dienst Maatschappelijke Veiligheid samengewerkt.
Gezien bovenstaande evoluties is een actualisatie van het terrasreglement nodig is om de nieuwe leidende principes te verankeren, de centrumvergroening te ondersteunen, de kwaliteit en uniformiteit van terrassen te verhogen en een duidelijke, handhaafbare basis te creëren voor alle betrokkenen. Het college van burgemeester en schepenen besliste daarom op 27 augustus 2024 dat het reglement 'Inname openbaar domein met betrekking tot horeca-en handelsactiviteiten' moet worden bijgestuurd en afgestemd op de negen leidende principes.
Het reglement 'Inname openbaar domein met betrekking tot horeca-en handelsactiviteiten' brengt een aantal belangrijke inhoudelijke vernieuwingen met zich mee, die noodzakelijk zijn om het Genkse terrassenbeleid te moderniseren en beter af te stemmen op de ruimtelijke en kwalitatieve ambities van de stad.
Een eerste wijziging betreft de duidelijkere zone‑indeling. Het volledige grondgebied wordt opgedeeld in drie categorieën, waarbij vooral de centrumzone (categorie 3) strengere eisen krijgt op het vlak van beeldkwaliteit. Deze differentiatie maakt het mogelijk om optimaal rekening te houden met de uiteenlopende functies, identiteiten en ontwikkelingsvisies van de verschillende stadsdelen.
Daarnaast wordt in het stadscentrum voor het eerst gewerkt met een gedetailleerd terras‑inplantingsplan per straat. Door voor elke locatie terraszones op kaart vast te leggen, wordt eenduidig bepaald waar een gevel‑ of eilandterras kan worden geplaatst, hoe de vrije doorgang voor voetgangers en hulpdiensten gegarandeerd blijft en in welke zones vaste of overdekte constructies zijn toegelaten. Deze vastlegging, verduidelijkt met een duidelijke legende, zorgt voor meer uniformiteit en voorspelbaarheid in de beoordeling van terrasaanvragen.
Een belangrijke pijler in de totstandkoming van dit nieuwe beleid was de actieve participatie van de Genkse horeca. Er werden drie brede overlegmomenten georganiseerd: op 17 november 2025 voor de bovenlokale handelstraten, op 24 november 2025 voor het centrumgebied en op 26 november 2025 voor de lokale handelstraten. Tijdens deze sessies werden horecazaken uitgenodigd om hun bezorgdheden, ideeën en suggesties te formuleren. De verkregen feedback werd gebundeld en, waar mogelijk, verwerkt in het nieuwe reglement. Daarnaast vonden er op vraag van uitbaters ook individuele overlegmomenten plaats. Dankzij dit proces ontstaat een reglement dat niet alleen gedragen wordt door de stad, maar ook door de horecasector zelf, wat het draagvlak en de uitvoerbaarheid van het beleid sterk vergroot.
Het reglement introduceert verder een strenger en uniformer kader voor overdekte terrasconstructies. Dergelijke constructies moeten open blijven en mogen maximaal voor de helft worden gesloten. De basisstructuur wordt uitgevoerd in een basis pallet van een 4-tal RAL‑kleuren, en er gelden vaste richtlijnen voor hoogte, diepte, materialiteit en transparantie. Aan de voorzijde blijft steeds een open strook verplicht om te vermijden dat afgesloten binnenruimtes ontstaan en om het open karakter van de publieke ruimte te bewaren.
Ook voor windschermen, tochtschermen en groenelementen zijn scherpere regels vastgelegd. In de centrumzone moeten windschermen worden uitgevoerd in profielloze beglazing en vanaf een bepaalde hoogte maximaal transparant blijven. Reclame is aan strikte voorwaarden gekoppeld, al wordt met parasols met opdruk soepeler omgegaan. De maximale hoogte van schermen, net als hun inpassing op hellende straatprofielen, is nauwkeurig omschreven. Tochtschermen worden enkel tijdens het winterseizoen toegestaan, en uitsluitend op tijdelijke, transparante wijze, om een veranda‑effect te vermijden.
Een opvallende inhoudelijke vernieuwing is de verplichting tot het integreren van groenelementen. Terrassen moeten levend groen opnemen via plantenbakken, klimplanten of beplanting in volle grond. Daarmee wordt de bredere visie ondersteund om terrassen niet alleen functioneel, maar ook ecologisch en visueel waardevol te maken, met positieve effecten op beleving, klimaatbestendigheid en vergroening van de stad.
Het nieuwe reglement omvat eveneens duidelijke overgangsmaatregelen. Bestaande, vergunde terrassen krijgen een overgangsperiode van zeven jaar om zich aan te passen aan de nieuwe vereisten. Niet‑vergunde terrassen of elementen die niet vergunningswaardig zijn, moeten onmiddellijk in regel worden gebracht.
Daarnaast worden de voorschriften rond toegankelijkheid, veiligheid en onderhoud aangescherpt. Zo moet steeds een obstakelvrije doorgang van minstens 1,5 meter gewaarborgd blijven. Uitbaters zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van hun terras en moeten alle elementen verwijderen bij het vervallen van de vergunning.
Op het vlak van duurzaamheid wordt gasverwarming uitgefaseerd in lijn met de Genk Future Proof‑ambities. Elektrische verwarmingsoplossingen worden gestimuleerd als energiezuinig alternatief. De noordzijde van het stadsplein wordt mee vergroend in het kader van de herinrichting. De bestaande horecazaken behouden daarbij de mogelijkheid om een terraszone te voorzien. Op locaties waar momenteel geen horeca aanwezig is, wordt eerst ingezet op vergroening. Mocht er later een horecawijziging plaatsvinden, dan kan het plan daarop worden aangepast.
Ten slotte wordt de handhaving aanzienlijk versterkt: er komen striktere sancties, er geldt een onmiddellijke opruimplicht bij overtredingen en eventuele herstelkosten na schade aan het openbaar domein worden integraal doorgerekend aan de overtreder. Op deze manier creëert de stad een duidelijk, modern en handhaafbaar kader dat de kwaliteit van terrassen én de publieke ruimte als geheel substantieel verhoogt. Daarnaast komt dit ten goede aan de uitbaters die investeren in kwaliteit conform het reglement.
De gemeenteraad keurt het terrasreglement inname openbaar domein met betrekking tot horeca-en handelsactiviteiten, met ingang vanaf 1 april 2026, goed.