Er dient een nieuw meerjarenplan te worden opgemaakt voor de periode van 2026 tot 2031, waarin de strategische en financiële planning wordt vastgelegd.
De vaststelling en goedkeuring van het meerjarenplan verloopt volgens artikel 249 van het Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur dat bepaalt dat:
Om een maximaal geïntegreerd lokaal beleid te kunnen realiseren, werd er voor stad en OCMW Genk één doelstellingenboom opgesteld. Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor stad en OCMW Genk samen. Daaruit volgt dat beide entiteiten een gezamenlijk meerjarenplan hebben opgesteld, dat door beide raden dient te worden vastgesteld.
Ook de rechtspersoon AGB Genk heeft zich ingeschreven in hetzelfde geïntegreerde meerjarenplan en draagt alzo bij aan de realisatie van de gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen en actieplannen van groep Genk.
De strategische nota legt de focus niet langer op de prioritaire beleidsdoelstellingen, maar ook en vooral op de prioritaire acties of actieplannen die bijdragen aan de realisatie van de prioritaire doelstellingen. Voor stad, OCMW en AGB Genk werd ervoor gekozen om de informatie in de strategische nota op het niveau van de acties te presenteren en om alle acties als prioritair te beschouwen.
Het meerjarenplan 2026-2031 is tot stand gekomen op basis van de uitgevoerde omgevingsanalyse, het bestuursakkoord en de input van diverse besprekingen, participatietrajecten en adviezen.
Bij de opmaak van het meerjarenplan waren alle diensten betrokken, waarbij de ontwerpdocumenten werden besproken in verschillende managementteamvergaderingen.
Daaruit zijn de voorgestelde deelrapporten strategische nota, financiële nota en toelichting voortgevloeid, die samen het meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Genk uitmaken.
Financieel evenwicht:
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
1. het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;
2. de geraamde autofinancieringsmarge (AFM) voor 2031 is minstens gelijk aan nul.
Het beschikbaar budgettair resultaat voor stad en OCMW Genk bedraagt:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| € 4.986.104 | € 1.091.322 | € 786.532 | € 1.017.886 | € 929.168 | € 189.191 |
De autofinancieringsmarge voor stad en OCMW Genk bedraagt:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| € -10.743.708 | € -9.540.161 | € -8.664.044 | € -7.666.334 | € -7.733.994 | € 62.297 |
De beginkredieten van boekjaar 2026 worden vastgesteld bij de vaststelling van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031.
In afwachting van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 is de documentatie bij het meerjarenplan terug te vinden onder deze link.
De gemeenteraad gaat akkoord met de vaststelling van het deel stad van het meerjarenplan 2026-2031 voor stad en OCMW Genk, bestaande uit de deelrapporten strategische nota, financiële nota en toelichting.
De gemeenteraad keurt het deel OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 voor stad en OCMW Genk, bestaande uit de deelrapporten strategische nota, financiële nota en toelichting goed.
Er dient een nieuw meerjarenplan te worden opgemaakt voor de periode van 2026 tot 2031, waarin de strategische en financiële planning wordt vastgelegd.
Om een maximaal geïntegreerd lokaal beleid te kunnen realiseren, werd er voor stad en OCMW Genk één doelstellingenboom opgesteld.
Ook de rechtspersoon AGB Genk heeft zich ingeschreven in hetzelfde geïntegreerde meerjarenplan en draagt alzo bij aan de realisatie van de gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen en actieplannen van groep Genk.
De strategische nota legt de focus niet langer op de prioritaire beleidsdoelstellingen, maar ook en vooral op de prioritaire acties of actieplannen die bijdragen aan de realisatie van de prioritaire doelstellingen. Voor stad, OCMW en AGB Genk werd ervoor gekozen om de informatie in de strategische nota op het niveau van de acties te presenteren en om alle acties als prioritair te beschouwen.
Het meerjarenplan 2026-2031 is tot stand gekomen op basis van de uitgevoerde omgevingsanalyse, het bestuursakkoord en de input van diverse besprekingen, participatietrajecten en adviezen.
Bij de opmaak van het meerjarenplan waren alle diensten betrokken, waarbij de ontwerpdocumenten werden besproken in verschillende managementteamvergaderingen.
Daaruit zijn de voorgestelde deelrapporten strategische nota, financiële nota en toelichting voortgevloeid, die samen het meerjarenplan 2026-2031 van AGB Genk uitmaken.
Financieel evenwicht:
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
1. het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;
2. de geraamde autofinancieringsmarge (AFM) voor 2031 is minstens gelijk aan nul.
Het beschikbaar budgettair resultaat voor AGB Genk bedraagt:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| € 1.441.485 | € 1.196.321 | € 1.275.961 | € 1.000.941 | € 1.279.362 | € 1.385.927 |
De autofinancieringsmarge voor AGB Genk bedraagt:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| € -184.901 | € -187.377 | € 137.426 | € -217.233 | € 336.207 | € 164.351 |
De beginkredieten van boekjaar 2026 worden vastgesteld bij de vaststelling van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031.
In afwachting van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 is de documentatie bij het meerjarenplan terug te vinden onder deze link.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 voor AGB Genk, bestaande uit de deelrapporten strategische nota, financiële nota en toelichting goed.
Waarom?
Het stadsbestuur levert inspanningen op drie vlakken namelijk 1. afleveren van de vergunningen, 2 voorzien van handhaving, 3. het plaatsen van signalisatie.
Welke vergunningen leveren we vandaag af?
Zie lijst van alle vergunningen als bijlage 2.
De dienst Mobiliteit behartigt sinds 2005, na de overheveling van dienst Ruimtelijke Ordening naar dienst Mobiliteit, het afleveren van vergunningen inname openbaar domein. Het betreft hier vergunningen bij verhuizingen, levering goederen, plaatsen van containers en vergunningen bij werfinrichtingen. Bij de overname was er sprake van gemiddeld 200 vergunningen per jaar.
Voor de overname werd er gewerkt met “takszegels” (€ 5,00 voor de staat en € 1,00 voor de stad). Bij afschaffing van het zegelrecht van de staat, werd door de stad beslist om geen taks te heffen. In het verleden werd dus eenzelfde prijs per inname gehanteerd. Men kon dit aanschouwen als een vergoeding voor afleveren van een document/vergunning.
Deze vergunningen worden sinds midden 2019 aangevraagd en afgeleverd via het e-loket. Dit proces is dus volledig geautomatiseerd.
Voor de innames in functies van terrassen, verkoopstanden, publiciteitspanelen/ruiters kunnen burgers terecht bij sector Ondernemen en Beleven. Deze vergunningen worden afgeleverd via het e-loket.
Organisatoren van evenementen moeten hun activiteit vooraf melden. Dat kan digitaal (via e-loket), maar ze kunnen hiervoor ook langskomen in het stadhuis. Ze doen hun aanvraag een maand op voorhand. Opvolging door afdeling Maatschappelijke Veiligheid.
Het stadsbestuur van Genk voorziet de mogelijkheid om een subsidie aan te vragen voor het organiseren van een straat- of wijkfeest of -activiteit. Het is de bedoeling om sociale contacten tussen buren of wijkbewoners te bevorderen. Aanvraag gebeurt via het e-loket. Opvolging door dienst Gebiedsgerichte werking.
Er is ook de mogelijkheid om een speelstraat aan te vragen. Dat kan ook via het e-loket. Opvolging door dienst Jeugd.
De politieverordening betreffende de innamevergunning en het in gebruik nemen van het openbaar domein , zie bijlage 3, wordt volledig opgeheven en het nieuwe reglement betreft geen wijziging van het oude maar is een compleet nieuw document.
Dit nieuwe reglement wordt bekendgemaakt conform art. 286- 287 DLB en treedt in werking op 1 mei 2026.
De aanvraag voor een innamevergunning moet door de aanvrager zelf aangevraagd worden bij het stadsbestuur, volgens de procedure voorzien in het reglement inname openbaar domein (IOD) (zie bijlage 1) en zal later op de website van stad Genk geplaatst worden.
De bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op het volledige grondgebied van de stad Genk. Onder toepassingsgebied van dit reglement vallen volgende zuivere en niet-zuivere innames:
Met dit nieuwe reglement en bijhorend retributiereglement kan de stad efficiënter toezien op een correcte, zorgvuldige en rechtmatige inname van het openbaar domein. Dit draagt bij aan een betere planning, een vlottere afhandeling van aanvragen en een uniforme behandeling van alle gebruikers. Op die manier wordt het openbaar domein niet alleen duurzaam beheerd, maar blijft het ook optimaal toegankelijk en van hoge kwaliteit voor alle inwoners en bezoekers van de stad Genk.
Voor de inname van openbaar domein van de stad Genk kan een retributie geheven worden overeenkomstig de bepalingen in het retributiereglement voor de inname van openbaar domein.
Overtredingen
Indien gemerkt wordt dat er een onvergunde inname is of een inname die niet volgens vergunning verloopt, wordt er een GAS-boete en een retributie gevraagd.
GAS-boete
Er wordt een GAS-boete opgelegd. De juiste vergunning wordt alsnog opgemaakt.
Optreden via:
GAS 1 – Overlast (max. € 500,00) (bv. palet klinkers op openbaar domein)
GAS 4 – Stilstaan en parkeren (bedrag is afhankelijk van aard van de overtreding: € 58,00 of € 116,00) (bv. voertuig aan werf in voetgangerszone geparkeerd zonder vergunning)
En
Retributie
In geval van misbruik in kader van de aanvraagprocedure, een onvergunde inname van openbaar domein of een inname van openbaar domein die niet overeenkomstig de innamevergunning is, wordt de innamevergunning geregulariseerd door stad Genk. Overeenkomstig het retributiereglement voor de inname van openbaar domein kan bij de regularisatie van een innamevergunning door stad Genk een retributie aangerekend worden.
Overzicht geraamde inkomsten
Verhuizingen – Kleine werken – Levering Goederen - Container: € 50.000,00 per jaar
Werfinrichtingen:
Gemiddeld: € 3.000,00 per werf
€ 450.000 - € 500.000,00 per jaar
Merk op dat bovenstaande berekening ervan uitgaat dat iedere inname correct is aangevraagd. Hier is dus geen extra kost bijgeteld voor onvergunde innames of voor innames die niet volgens vergunning verlopen.
Implementatieplan
Fase | Tijdstip | Acties |
Kennisname reglement Inname openbaar domein | 2 december 2025 | college van burgemeester en schepenen |
| Kennisname retributiereglement inname openbaar domein | 2 december 2025 | college van burgemeester en schepenen |
Goedkeuring beide reglementen | 16 december 2025 | gemeenteraad |
Aankoop via aanbesteding en implementatie software | februari-maart 2026 | interne dienstverlening, aankoopdienst |
Interne opleiding personeel | na aankoop | alle betrokken diensten |
Communicatiecampagne | vanaf januari 2026 | website, infobrief, sociale media |
Inwerkingtreding | medio 2026 (in reglement staat 1 mei 2026) | nieuw reglement van kracht |
Monitoring en evaluatie
De gemeenteraad keurt het reglement betreffende de inname van het openbaar domein in stad Genk goed.
In zijn vergadering van 22 september 2025 heeft de bestuursraad van de Evangelische Gemeente Paulus, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 23 oktober 2025 verleende de administratieve raad van de Protestants-Evangelische Eredienst (ARPEE) gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van de Evangelische Gemeente Paulus.
Exploitatie
De Evangelische Gemeente Paulus heeft voor het meerjarenplan 2020-2025 een financiële afspraak gemaakt met de vzw Vrije Evangelische Gemeente Paulus, waarbij de vzw zich ertoe verbindt om de exploitatietekorten van de kerkgemeente op te vangen, waardoor er geen tussenkomst van de stad vereist is in de exploitatie in het meerjarenplan 2026-2031.
Investeringen
Volgende investeringen zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
- Aankoop nieuwe kerkstoelen (2026): € 10.000,00
- Vernieuwing vloer foyer (2028): € 10.000,00
Voor beide investeringen werd er telkens een renteloze lening van de stad, met een looptijd van 15 jaar, ingeschreven.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van de Evangelische Gemeente Paulus goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 22 oktober 2025 heeft de raad van kerkfabriek Sint-Barbara, Genk-Noord, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Barbara, Genk-Noord.
Uit de fusie van de parochies Sint-Jozef Werkman (Hoevenzavel), Sint-Albertus (Zwartberg), O.L.V. Tenhemelopneming (Oud-Waterschei) en Christus Koning (Waterschei), is een nieuwe parochie (en kerkfabriek) ontstaan met de naam ‘Sint-Barbara, Genk-Noord’. Er werd een nieuwe kerkraad samengesteld door het bisdom.
De kerk van Oud-Waterschei, die in 2024, met het oog op een herbestemming, werd onttrokken aan de eredienst, werd niet meer opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031. De kerk van Hoevenzavel krijgt, zoals aangegeven in het geactualiseerd kerkenbeleidsplan, in de nabije toekomst een herbestemming en in samenspraak met het stadsbestuur is overeengekomen om nog in 2026 t.e.m. 2028 van het meerjarenplan een beperkt exploitatiebudget te voorzien. Voor de kerken van Waterschei en Zwartberg werd een normaal en volledig meerjarenplan opgemaakt.
Exploitatie
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € 115.553,73 |
2027 € 278.005,36 |
2028 € 323.464,91 |
2029 € 319.292,24 |
2030 € 316.893,03 |
2031 € 303.389,63 |
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 148.236,83 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -263.790,56 |
| K | Gecorrigeerd overschot/Tekort Exploitatie n-2 | € 148.236,83 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -115.553,73 |
| M | Exploitatietoelage | € 115.553,73 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Investeringen
- Christus Koningkerk, Waterschei (beschermd monument)
Het groot restauratiedossier bestaat uit 3 fasen:
- fase 1: restauratie dak en asbestverwijdering (uitgevoerd in 2016);
- fase 2: restauratie glasramen en gevels (gestart in 2024);
- fase 3: restauratie interieur en nieuwe verwarmingsketel op aardgas.
Aanvankelijk was een gedeelte van de werken van fase 3 voorzien in 2025 van het lopend meerjarenplan. Maar door vertraging in de goedkeuring van de subsidieaanvraagdossiers, werden de werken verschoven naar het meerjarenplan 2026-2031. De totale kostprijs van fase 3 bedraagt € 1.803.385,00. In 2023 werd een 1e voorschot van erelonen t.b.v. € 83.853,00 betaald aan de architect voor de opmaak van het dossier. Deze kost werd indertijd gefinancierd met het saldo van een bestaande doorgeeflening van 2016.
Omwille van de grote bedragen, worden de werken over 3 jaren gespreid: ¼ van de werken respectievelijk in 2026 en in 2028, 2/4 van de werken in 2027.
2026 | 2027 | 2028 | |
| Investeringsontvangsten | |||
| -mar 3100 Toelage stad | € 31.648,37 | € 63.296,74 | € 31.648,37 |
| -mar 3102 Toelage gewest | € 253.186,94 | € 506.373,88 | € 253.186,94 |
| -mar 350 Leningen | € 115.055,85 | € 310.089,94 | € 155.044,97 |
| Totaal | € 399.891,16 | € 879.760,56 | € 439.880,28 |
| Investeringsuitgaven | |||
| -mar 4100 Grote herstellingen | € 399.891,16 | € 799.782,33 | € 399.891,16 |
| -mar 4102 Erelonen | € 0,00 | € 79.978,23 | € 39.989,12 |
| Totaal | € 399.891,16 | € 879.760,56 | € 439.880,28 |
- Sint - Albertuskerk, Zwartberg (beschermd monument)
Fase 1 van het groot restauratiedossier, nl. de restauratiewerken in functie van de verwarming, werd in 2020 uitgevoerd. De werken van fase 2 waren oorspronkelijk voorzien in 2024 (perceel 1) en in 2025 (perceel 2), maar door omstandigheden zijn deze niet door kunnen gaan en werden daarom hernomen in het meerjarenplan 2026-2031: de gevelwerken in 2026 en de glasramen in 2027. De totale kostprijs van fase 2 bedraagt € 3.308.988,00.
De veiligheidswerken en de herstelling van de trap in de kerktoren, die op aanraden van de brandweer en Monumentenwacht in 2024 en 2025 werden voorzien, maar niet zijn uitgevoerd, worden hernomen in 2026. Hiervoor werd er een renteloze lening van de stad van € 70.000,00, met een looptijd van 15 jaar, ingeschreven.
2026 | 2027 | |
| Investeringsontvangsten | ||
| -mar 3100 Toelage stad | € 146.554,98 | € 0,00 |
| -mar 3110 Toelage stad andere gebouwen eredienst | € 0,00 | € 146.554,98 |
| -mar 3102 Toelage gewest | € 1.172.440,00 | € 0,00 |
| -mar 3112 Toelage gewest andere gebouwen eredienst | € 0,00 | € 1.172.440,00
|
| -mar 350 Leningen | € 405.499,02 | € 335.499,02 |
| Totaal | € 1.724.494,00 | € 1.654.494,00 |
| Investeringsuitgaven | ||
| -mar 4100 Grote herstellingen | € 1.612.105,00 | € 0,00 |
| -mar 4110 Grote herstellingen andere gebouwen eredienst | € 0,00 | € 1.612.105,00
|
| -mar 4102 Erelonen | € 42.389,00 | € 0,00 |
| -mar 4112 Erelonen andere gebouwen eredienst | € 0,00 | € 42.389,00 |
| -mar 4109 Andere | € 70.000,00 | € 0,00 |
| Totaal | € 1.724.494,00 | € 1.654.494,00 |
Totalen investeringen 2026-2031 - Sint-Barbara, Genk-Noord:
| Investeringsontvangsten
| Investeringsuitgaven
| ||
| -Toelage stad | € 419.703,44 | -Herstellingen | € 4.893.774,65 |
| -Toelage gewest | € 3.357.627,76
| -Erelonen | € 204.745,35 |
| -Leningen | € 1.321.188,80 | Totaal | € 5.098.520,00 |
| Totaal | € 5.098.520,00 |
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Barbara, Genk-Noord goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 24 juli 2025 heeft de raad van kerkfabriek Sint-Eventius, Winterslag, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Eventius, Winterslag.
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € 26.514,45 |
2027 € 28.439,77 |
2028 € 28.585,43 |
2029 € 11.435,85 |
2030 € 6.831,12 |
2031 € 0,00 |
In het geactualiseerd kerkenbeleidsplan van Genk staat vermeld dat de Sint-Eventiuskerk te Winterslag op korte termijn zal worden herbestemd. Daarom werden er nog enkel voor de periode van 2026 t.e.m. 2028 exploitatiebudgetten voorzien. Met de exploitatietoelagen, ingeschreven in 2029 en 2030, worden nog alleen de leningslasten betaald. In navolging van het kerkenbeleidsplan heeft het bisdom in augustus 2025 de procedure voor de samenvoeging van de parochie van Sint-Eventius met de parochie van Heilig Hart opgestart.
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 1.751,92 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -28.266,37 |
| K | Overschot/Tekort Expl-2 | € 1.751,92 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -26.514,45 |
| M | Exploitatietoelage | € 26.514,45 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Investeringen
Er worden geen investeringen voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Eventius, Winterslag goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 19 mei 2025 heeft de raad van kerkfabriek O.L.V. van Fatima, Bret-Gelieren, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek O.L.V. van Fatima, Bret-Gelieren, mits volgende opmerking:
-“Z” (Overzicht): Het resultaat van de investeringen dient gelijk te zijn aan nul.
Exploitatie
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € € 20.927,71 |
2027 € 23.329,48 |
2028 € 26.575,16 |
2029 € 25.823,19 |
2030 € 25.938,62 |
2031 € 25.612,46 |
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 2.523,44 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -23.451,15 |
| K | Gecorrigeerd overschot/Tekort Exploitatie n-2 | € 2.523,44 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -20.927,71 |
| M | Exploitatietoelage | € 20.927,71 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Investeringen
2027: Verfraaiing van de accommodatie Koren/Muzikanten.
In de kerk worden er regelmatig concerten georganiseerd. Bij gebrek aan een omkleedruimte en een berging, wenst de kerkraad de accommodatie voor de koren en/of muzikanten te verbeteren. De verfraaiingswerken worden geschat op € 50.000,00 en hiervoor wordt een renteloze lening van de stad, met een looptijd van 15 jaar, ingeschreven, waarvan de eerste kapitaalsaflossing zal plaats vinden in 2028.
Het investeringsoverschot van € 7,07 in het budget 2026 betreft de tussentijdse intresten die in 2024 bij de intekening op een kasbon t.w.v. € 8.655,00 (nominaal bedrag) werden verrekend met het te betalen bedrag (€ 8.647,93). Ditzelfde bedrag had, om het budget sluitend te maken in de investeringen, bij Mar 436 Investeringsbeleggingen moeten staan.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek O.L.V. van Fatima, Bret-Gelieren goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 6 november 2025 heeft de raad van kerkfabriek Sint-Martinus, Genk-Centrum, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 17 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Martinus, Genk-Centrum.
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € 252.779,02 |
2027 € 224.340,67 |
2028 € 227.538,02 |
2029 € 216.724,60 |
2030 € 237.015,89 |
2031 € 196.168,23 |
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 17.591,99 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -270.371,01 |
| K | Gecorrigeerd overschot/Tekort Exploitatie n-2 | € 17.591,99 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -252.779,02 |
| M | Exploitatietoelage | € 252.779,02 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
In 2020 heeft de kerkfabriek een renteloze lening van € 100.000,00 van het bisdom bekomen en dit om de exploitatietekorten van 2019 en 2020 aan te zuiveren. De terugbetaling van deze financiering start vanaf het meerjarenplan 2026-2031 en dit met € 5.000,00 per jaar (mar 250) gedurende 20 jaar.
Investeringen
In 2029 wordt fase 2 van de herstellingen van het dak van de kerk voorzien. De totale kostprijs wordt geraamd op € 1.300.000,00, incl. btw en erelonen. Er wordt een gewesttoelage van € 390.000,00 (=30%) en een stadstoelage van € 455.000,00 (=35%) ingeschreven. Aan de kerkfabriek werd gevraagd om zelf een bijdrage te leveren t.b.v. € 200.000,00, zodat er nog maar een renteloze lening van de stad van € 255.000,00 nodig is. De lening heeft een looptijd van 15 jaar en de 1e kapitaalsaflossing zal plaats vinden in 2030.
Voor de opstart van het werkendossier vraagt de architect een 1e voorschot van de erelonen in 2026 en een tweede voorschot in 2027. Deze kosten zullen telkens worden gefinancierd met een gift van de Vriendenkring van de Sint-Martinuskerk.
2026 | 2027 | 2029 | |
| Investeringsontvangsten | |||
| -mar 3100 Toelage stad | € 0,00 | € 0,00 | € 455.000,00 |
| -mar 3102 Toelage gewest | € 0,00 | € 0,00 | € 390.000,00 |
| -mar 3109 Andere | € 24.200,00 | € 24.200,00 | € 151.600,00 |
| -mar 350 Leningen | € 0,00 | € 0,00 | € 255.000,00 |
| Totaal | € 24.200,00 | € 24.200,00
| € 1.251.600,00 |
| Investeringsuitgaven | |||
| -mar 4100 Grote herstellingen | € 0,00 | € 0,00 | € 1.150.000,00 |
| -mar 4102 Erelonen | € 24.200,00 | € 24.200,00
| € 101.600,00 |
| Totaal | € 24.200,00 | € 24.200,00
| € 1.251.600,00 |
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Martinus, Genk-Centrum goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
Annita Laporte neemt niet deel aan de beraadslaging o.w.v. artikel 27 DLB.
In zijn vergadering van 18 augustus 2025 heeft de raad van kerkfabriek O.L.V. van de Rozenkrans, Termien, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek O.L.V. van de Rozenkrans, Termien, mits volgende opmerking:
- de cijfers van “T” en “V” in het meerjarenplan komen niet overeen met de cijfers van het budget 2026.
Exploitatie
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € 49.957,37 |
2027 € 51.033,19 |
2028 € 51.045,54 |
2029 € 47.743,50 |
2030 € 47.757,03 |
2031 € 41.565,18 |
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 1.064,04 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -51.021,41 |
| K | Overschot/Tekort Expl-2 | € 1.064,04 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -49.957,37 |
| M | Exploitatietoelage | € 49.957,37 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Investeringen
De O.L.V. van de Rozenkranskerk te Termien wordt in het geactualiseerd kerkenbeleidsplan van Genk aangeduid als kerkgebouw, dat in aanmerking komt voor her- of nevenbestemming.
Er zijn geen investeringen voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Het investeringsoverschot van de rekening van 2024 van € 6.877,20 werd via een boeking op Mar 436 Investeringsbeleggingen weggewerkt zodat het budget ook in de investeringen sluitend is.
Het meerjarenplan houdt geen rekening met investeringsoverschotten van voorgaande jaren, vandaar dat deze uitgave niet werd opgenomen in 2026 van het meerjarenplan 2026-2031.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek O.L.V. van de Rozenkrans, Termien goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 30 juni 2025 heeft de raad van kerkfabriek Maria Goretti, Bokrijk, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Maria Goretti, Bokrijk, mits volgende opmerking:
- “Z” (Overzicht): Het resultaat van de investeringen dient gelijk te zijn aan nul.
Exploitatie
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € 3.412,32 |
2027 € 4.063,33 |
2028 € 4.068,33 |
2029 € 4.073,33 |
2030 € 4.078,33 |
2031 € 4.083,33 |
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 841,01 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -4.253,33 |
| K | Gecorrigeerd overschot/Tekort Exploitatie n-2 | € 841,01 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -3.412,32 |
| M | Exploitatietoelage | € 3.412,32 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Investeringen
Er worden geen investeringen voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Het investeringsoverschot van € 1.654,00 in het budget 2026 betreft een vervallen belegging van stichtingsgelden. Ditzelfde bedrag had, om het budget sluitend te maken in de investeringen, bij Mar 436 Investeringsbeleggingen moeten staan.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Maria Goretti, Bokrijk goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
Schepen Nagels neemt niet deel aan de beraadslaging o.w.v. artikel 27 DLB.
In zijn vergadering van 5 juni 2025 heeft de raad van kerkfabriek Sint-Jan Baptist de la Salle, Boxbergheide, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Jan Baptist de la Salle, Boxbergheide, mits volgende opmerking:
- “Z” (Overzicht): Het resultaat van de investeringen dient gelijk te zijn aan nul.
Exploitatie
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € 5.228,03 |
2027 € 15.741,20 |
2028 € 16.276,19 |
2029 € 20.856,20 |
2030 € 21.391,21 |
2031 € 21.688,31 |
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 10.623,08 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -15.851,11 |
| K | Gecorrigeerd overschot/Tekort Exploitatie n-2 | € 10.623,08 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -5.228,03 |
| M | Exploitatietoelage | € 5.228,03 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Investeringen
Volgende investeringen zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
De investeringen worden gefinancierd met eigen middelen, zijnde het saldo van de verkoopopbrengst van de vroegere kapelanij (privaat patrimonium) en met de in het voorjaar van 2025 ontvangen gewesttoelage van € 20.449,34 voor de uitgevoerde dakrenovatie.
Het investeringsoverschot van € 62.413,00 in het budget 2026 betreft het saldo van de verkoopopbrengst van de vroegere kapelanij (privaat patrimonium). Ditzelfde bedrag had, om het budget sluitend te maken in de investeringen, bij Mar 436 Investeringsbeleggingen moeten staan.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Jan Baptist de la Salle, Boxbergheide goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 27 mei 2025 heeft de raad van kerkfabriek Sint-Jozef, Sledderlo, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Jozef, Sledderlo.
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2020-2025 evolueert als volgt:
2026 € 83.151,55 |
2027 € 82.893,08 |
2028 € 82.788,08 |
2029 € 82.993,08 |
2030 € 82.983,08 |
2031 € 83.043,08 |
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 2.952,45 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -86.104,00 |
| K | Gecorrigeerd overschot/tekort Exploitatie n-2 | € 2.952,45 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -83.151,55 |
| M | Exploitatietoelage | € 83.151,55 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Investeringen
Er worden geen investeringen voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Sint-Jozef, Sledderlo goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 14 september 2025 heeft de bestuursraad van de protestantse Johanneskerk, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de Administratieve Raad van de Protestants-Evangelische Eredienst (ARPEE) gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van de protestantse Johanneskerk.
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € 3.647,20 |
2027 € 9.559,00 |
2028 € 9.641,00 |
2029 € 9.705,00 |
2030 € 9.773,00 |
2031 € 9.837,00 |
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 5.720,80 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -9.368,00 |
| K | Gecorrigeerd overschot/Tekort Exploitatie n-2 | € 5.720,80 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -3.647,20 |
| M | Exploitatietoelage | € 3.647,20 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Investeringen
In navolging van de renovatie van het dak van de kerk n.a.v. waterinsijpeling, wenst de bestuursraad in de loop van 2026 over te gaan tot de schilderwerken. Op basis van offertes worden deze werken geraamd op € 3.000,00 waarvoor een renteloze lening van de stad wordt ingeschreven, met een looptijd van 15 jaar en waarvan de eerste kapitaalsaflossing zal plaats vinden in 2027.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van de protestantse Johanneskerk goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 24 juli 2025 heeft de raad van kerkfabriek Heilig Hart, Winterslag, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Heilig Hart, Winterslag.
Exploitatie:
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € 66.176,72 |
2027 € 73.476,35 |
2028 € 74.246,65 |
2029 € 71.071,37 |
2030 € 71.858,65 |
2031 € 61.765,45 |
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 6.510,25 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -72.686,97 |
| K | Gecorrigeerd overschot/Tekort Exploitatie n-2 | € 6.510,25 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -66.176,72 |
| M | Exploitatietoelage | € 66.176,72 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Er worden geen investeringen voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Heilig Hart, Winterslag goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 27 september 2025 heeft de raad van kerkfabriek Maria Moeder van de Kerk, Kolderbos-Langerlo, het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 goedgekeurd.
Op 18 november 2025 verleende de bisschop van Hasselt gunstig advies over het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Maria Moeder van de Kerk, Kolderbos-Langerlo.
Exploitatie
De stedelijke exploitatietoelage van het meerjarenplan 2026-2031 evolueert als volgt:
2026 € 12.629,60 |
2027 € 21.683,75 |
2028 € 21.733,75 |
2029 € 1.014,75 |
2030 € 1.014,75 |
2031 € 1.014,75 |
In het geactualiseerd kerkenbeleidsplan van Genk staat vermeld dat de Maria Moederkerk te Kolderbos-Langerlo op korte termijn zal worden herbestemd. Ook zal er in de nabije toekomst een fusie plaats vinden met de parochie van St.-Jozef, Sledderlo. Daarom werden er nog enkel voor de periode van 2026 t.e.m. 2028 exploitatiebudgetten voorzien. Met de exploitatietoelagen, ingeschreven in 2029, 2030 en 2031, worden nog alleen de leningslasten betaald.
Enkel bij het eerste jaar van het meerjarenplan wordt voor de berekening van de exploitatietoelage rekening gehouden met het gecorrigeerd overschot/tekort (K-waarde) van voorgaande jaren. De K-waarde van het budget 2026 bedraagt € 10.594,15 en is het verschil tussen het exploitatieresultaat van de rekening van 2024 en de K-waarde uit het budget 2025:
| Overschot/Tekort Exploitatie | Budget 2026 | |
| J | Exploitatie eigen boekjaar | € -23.223,75 |
| K | Gecorrigeerd overschot/Tekort Exploitatie n-2 | € 10.594,15 |
| L | Exploitatie vóór toelage | € -12.629,60 |
| M | Exploitatietoelage | € 12.629,60 |
| N | Overschot/Tekort Exploitatie | € 0,00 |
Investeringen
Er worden geen investeringen voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Art. 41-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest schrijft voor dat het meerjarenplan en het budget van de kerkfabrieken onderworpen zijn aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 en het budget van dienstjaar 2026 van kerkfabriek Maria Moeder van de Kerk, Kolderbos-Langerlo goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
In zijn vergadering van 22 oktober 2025 heeft de raad van kerkfabriek Sint-Barbara Genk-Noord , de budgetwijziging van dienstjaar 2025 goedgekeurd.
Als gevolg van de fusie van de parochies en dus ook de kerkfabrieken van Oud-Waterschei, Hoevenzavel, Zwartberg en Waterschei dient er, na opmaak van de eindrekeningen, door de te behouden kerkfabriek, i.c. de kerkfabriek van Christus Koning, Waterschei waarvan de nieuwe naam luidt ‘Sint-Barbara Genk-Noord’ een budgetwijziging 2025 opgemaakt te worden.
Naar aanleiding van de fusie van de parochies van Oud-Waterschei, Hoevenzavel, Zwartberg en Waterschei hebben de betrokken kerkfabrieken elk een eindrekening met einddatum 2 juli 2025 opgemaakt. De resterende budgetten (vanaf 2 juli 2025) van de 3 opgeheven kerkfabrieken worden via een budgetwijziging samengevoegd bij die van de te behouden kerkfabriek, i.c. de kerkfabriek van Christus Koning, Waterschei, waarvan de nieuwe naam luidt ‘Sint-Barbara Genk-Noord’.
De exploitatie- en investeringsresultaten van de eindrekeningen van de 3 opgeven kerkfabrieken werden in de eindrekening van de te behouden kerkfabriek opgenomen onder mar 159 (exploitatie) en mar 359 (investeringen), met als omschrijving ‘Andere financiering’. Deze ontvangsten werden, via de aanpassing van de K- en de Y-waarden, in de budgetwijziging 2025 en het budget 2026 verwerkt.
De ontvangsten en uitgaven, die in de BW2025 worden voorzien op exploitatie en op investeringen, betreffen de bedragen die voorzien waren voor het dienstjaar 2025 van de te behouden kerkfabriek en de bedragen die nog van toepassing zijn voor de 3 opgeheven kerkfabrieken vanaf 2 juli 2025 tot einde jaar.
Exploitatie
De exploitatietoelage stijgt met € 75.684,77, nl. van € 73.953,10 (Waterschei) naar € 149.637,87 (Sint-Barbara Genk-Noord). De verhoging komt ongeveer overeen met de som van de nog in 2025 te ontvangen exploitatietoelagen van de 3 opgeheven kerkfabrieken:
- Zwartberg: € 66.835,04
- Hoevenzavel: € 8.071,60
- Oud-Waterschei: € 1.078,13
€ 75.984,77
Investeringen
Bij de investeringen blijft enkel fase 2 van de restauratiewerken aan de Christus Koningkerk in Waterschei voorzien:
| Investeringsuitgaven | |
| -Mar 4100 Grote herstellingen: | € 2.147.750,00 |
| -Mar 4102 Erelonen: | € 94.779,30 |
| Totaal: | € 2.242.529,30 |
| Investeringsontvangsten | |
| -Mar 3100 Toelage stad: | € 180.563,63 |
| -Mar 3102 Toelage gewest: | € 1.444.509,02 |
| -Mar 350 Leningen: | € 617.456,65 |
| Totaal: | € 2.242.529,30 |
De investeringen in de Sint-Albertuskerk in Zwartberg zijn verschoven naar 2026-2027.
Art. 45-50 van het decreet van 7 mei 2004, betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest.
De gemeenteraad keurt de budgetwijziging van dienstjaar 2025 van kerkfabriek Sint-Barbara Genk-Noord goed.
Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de overige instanties.
Na de vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 dient er een lijst met nominatieve subsidies te worden goedgekeurd, samen met de subsidievoorwaarden inzake de nominatieve subsidies.
Het meerjarenplan 2026-2031, vastgesteld door de raad van maatschappelijk welzijn en vastgesteld/goedgekeurd door de gemeenteraad van 16 december 2025, is tot stand gekomen op basis van de uitgevoerde omgevingsanalyse, het bestuursakkoord en de input van diverse besprekingen, participatietrajecten en adviezen.
Bij de opmaak van het meerjarenplan waren alle diensten betrokken, waarbij de ontwerpdocumenten werden besproken in verschillende managementteamvergaderingen.
Daaruit zijn de voorgestelde deelrapporten strategische nota, financiële nota en toelichting voortgevloeid, die samen het meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Genk uitmaken.
Door bij de opmaak van een nieuw meerjarenplan 2026-2031 en na elke aanpassing van het meerjarenplan een afzonderlijke lijst van nominatieve subsidies te laten goedkeuren door de gemeenteraad, wordt er autorisatie verleend aan het college van burgemeester en schepenen om deze subsidies in de loop van het jaar ten uitvoer te brengen. Investeringssubsidies kunnen na goedkeuring van overdracht door het college van burgemeester en schepenen ook in een volgend boekjaar worden aangewend.
Door na de vaststelling van de beginkredieten van het volgende boekjaar, een afzonderlijke lijst van nominatieve subsidies te laten goedkeuren door de gemeenteraad, wordt er autorisatie verleend aan het college van burgemeester en schepenen om deze subsidies in de loop van het volgende boekjaar ten uitvoer te brengen.
Een toekenning van een nominatieve subsidie gebeurt onder volgende voorwaarden en bepalingen:
De aanvaarding van de nominatieve subsidie door de gesubsidieerde impliceert de aanvaarding van bovenstaande subsidievoorwaarden en -bepalingen.
Het is mogelijk dat voor een nominatieve subsidie specifieke en/of bijkomende subsidievoorwaarden en -bepalingen gelden. In voorkomend geval zullen deze geformaliseerd worden in een overeenkomst tussen stad Genk en de gesubsidieerde. Deze overeenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad.
De gemeenteraad keurt de bijgevoegde lijst met nominatieve subsidies voor het boekjaar 2026, passend binnen de kredieten 2026 van het meerjarenplan 2026-2031,goed.
De gemeenteraad gaat akkoord met de subsidievoorwaarden en -bepalingen opgenomen in de considerans van onderhavig besluit.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie. Om een belasting te kunnen innen, dient er een belastingreglement te worden opgesteld als wettelijke basis.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend belastingreglement vast: ‘Belastingreglement inzake de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025’. Gezien de budgetnoodwendigheden en de financiële toestand van de stad Genk, en gezien het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de stad, is het aangewezen om dit belastingreglement te continueren voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, en 850,13 opcentiemen te heffen op de onroerende voorheffing.
De vestiging en de inning van deze opcentiemen gebeuren door toedoen van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 3.1.0.0.4. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Het belastingreglement inzake de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 treedt in werking op 1 januari 2026.
De gemeenteraad stelt het belastingreglement inzake de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie. Om een belasting te kunnen innen, dient er een belastingreglement te worden opgesteld als wettelijke basis.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend belastingreglement vast: ‘Belastingreglement inzake de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025’.
Gezien de budgetnoodwendigheden en de financiële toestand van de stad Genk, en gezien het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de stad, is het aangewezen om dit belastingreglement te continueren voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. De belasting wordt vastgesteld op 7,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het WIB 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
De vestiging en de inning van de aanvullende belasting op de personenbelasting gebeurt door de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen en deze belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen, waarbij een administratiekost wordt aangerekend ten bedrage van 1% van de ontvangsten, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikels 469 en volgende van het WIB 1992.
Het belastingreglement inzake de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 treedt in werking op 1 januari 2026.
De gemeenteraad stelt het belastingreglement inzake de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie. Om een belasting te kunnen innen, dient er een belastingreglement te worden opgesteld als wettelijke basis.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend belastingreglement vast: ‘Opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ter bestrijding van verkrotting van gebouwen en/of woningen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025’ (gewijzigd gemeenteraad 21 december 2021 met ingang van 1 januari 2022). Gezien de budgetnoodwendigheden en de financiële toestand van de stad Genk is het aangewezen om dit belastingreglement te continueren voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Aldus worden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 100 opcentiemen geheven op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen (ook wel ‘krotbelasting’ genoemd).
In toepassing van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 3.19, § 1, wordt een inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen bijgehouden. Overeenkomstig de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 zijn de gemeenten gemachtigd tot het heffen van een gemeentelijke heffing op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen die opgenomen zijn in deze inventaris. In steden en gemeenten waarin geen dergelijke heffing wordt voorzien, wordt een gewestelijke belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen geheven; de stad heeft de mogelijkheid om opcentiemen te heffen op deze gewestelijke heffing.
De vestiging en de inning van deze opcentiemen gebeuren door toedoen van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 3.1.0.0.4. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Met de heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen wil het Vlaamse gewest de verloedering van de leefomgeving tegengaan. Ook stad Genk wil verkrotting van woningen op het grondgebied van de stad bestrijden en voorkomen, ter bevordering van de leef- en omgevingskwaliteit. De opcentiemen op de Vlaamse heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen houden een extra drukkingsmiddel in ten aanzien van de woningeigenaars van ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen, en in het bijzonder de eigenaars die niet bonafide zijn, om de gebreken weg te werken.
De stad draagt bovendien in aanzienlijke mate bij aan de gewestelijke heffing, aangezien de stad vooronderzoeken opstart in het kader van de procedure ongeschikt-/onbewoonbaarverklaring en zowel eigenaars als huurders begeleidt. In die zin betekent het heffen van opcentiemen op deze gewestelijke heffing een extra inkomst voor de stad voor de geleverde inspanningen in het kader van het woningkwaliteitsbeleid, zonder dat voor de heffing zelf een bijkomende taakbelasting voor de stad ontstaat: aspecten als invordering en bezwaarafhandeling worden immers door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie opgevolgd.
Het belastingreglement inzake de opcentiemen op de Vlaamse heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 treedt in werking op 1 januari 2026.
De gemeenteraad stelt het belastingreglement inzake de opcentiemen op de Vlaamse heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast.
Stad Genk is lid bij Limburg.net. Overeenkomstig de statuten van Limburg.net, en in het bijzonder artikel 3, heeft de stad Genk, als deelnemer van Limburg.net, afstand gedaan aan Limburg.net van haar beheers- en reglementeringrechten inzake het afvalbeheer, de afvalverwijdering en -verwerking en dit binnen het maatschappelijk doel van Limburg.net.
De raad van bestuur van Limburg.net van 10 september 2025 heeft, in uitvoering van het meerjarenplan 2025-2030 en het Plan30, een geïntegreerd pakket maatregelen aangenomen met het oog op het wegwerken van een gebudgetteerd tekort en het realiseren van de doelstelling uit het Lokaal Materialenplan 2030 van OVAM, zijnde een reductie van huishoudelijk restafval tot maximaal 90 kg per inwoner per jaar (verslag agendapunt RvB Limburg.net in bijlage).
1. Convenant Limburg.net
Op 18 december 2013 keurde de gemeenteraad het convenant goed tussen de stad Genk en de intergemeentelijke vereniging Limburg.net met betrekking tot het afsprakenkader voor de financiële en operationele samenwerking vanaf 1 januari 2014.
Na beslissing door de raad van bestuur van Limburg.net dd. 10 september 2025 werd een vernieuwd convenant ter beschikking gesteld; de raad van bestuur van Limburg.net verzoekt stad Genk om dit nieuwe convenant goed te keuren.
Het vernieuwde convenant houdt onder meer een (her)bevestiging in van het engagement van stad Genk om:
Het convenant werd door stad Genk als volgt aangepast in artikel 4 §1: stad Genk verbindt zich ertoe de goedkeuring van het reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen voor te leggen aan de gemeenteraad uiterlijk in de maand december (i.p.v. november), voorafgaandelijk aan het jaar wanneer Limburg.net de belastingen moet innen.
Het convenant treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
2. Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen en twee tarievenreglementen Limburg.net
Gelet op volgende beslissingen van de gemeenteraad inzake het belastingreglement voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen en de diverse tarievenreglementen van Limburg.net:
Na beslissing door de raad van bestuur van Limburg.net dd. 10 september 2025 werden volgende (model)reglementen aan stad Genk ter beschikking gesteld:
Limburg.net geeft aan dat de belangrijkste wijzigingen in de (model)reglementen de volgende zijn:
Limburg.net geeft volgende overwegingen mee inzake deze wijzigingen:
2.1. Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie. Om een belasting te kunnen innen, dient er een belastingreglement te worden opgesteld als wettelijke basis.
Gezien de budgetnoodwendigheden en de financiële toestand van de stad Genk is het aangewezen om het belastingreglement voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen te continueren voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Limburg.net voorziet een uniforme tariefzetting voor de kohier- en contantbelasting voor het bedieningsgebied. In het modelreglement van Limburg.net zijn eigen aanpassingen van de gemeente mogelijk, in het bijzonder inzake eventuele tussenkomsten, vrijstellingen en verminderingen.
Stad Genk voorziet voor de kohierbelasting een tussenkomst van € 35,00 per gezin per jaar. Stad Genk acht het daarenboven billijk om:
Betreffende de contantbelasting acht Stad Genk het bovendien billijk om, zoals in voorgaande jaren, de terbeschikkingstelling van extra huisvuilzakken aan de gezinnen of personen omschreven in artikel 24 van het reglement, te handhaven.
Limburg.net voorziet een jaarlijkse indexering van de tarieven van de kohierbelasting op basis van de gezondheidsindex. Limburg.net kan beslissen deze indexering niet door te voeren indien uit de evaluatie van de kostenstructuur door Limburg.net blijkt dat de toepassing van de voorziene indexeringsformule leidt tot een tarief dat niet in verhouding staat tot de werkelijke kostenontwikkeling. Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om deze indexering, op aangeven van Limburg.net, toe te passen.
Het belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt voor een termijn van 6 jaar, eindigend op 31 december 2031.
2.2. Tarievenreglement inzake de ophaling van de gft-container met abonnement
Het reglement van Limburg.net voor de tarieven inzake de ophaling van de gft-container met abonnement treedt in werking vanaf 1 januari 2026. Een abonnement voor een gft-container loopt telkens van 1 april tot en met 31 december; voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026 voorziet Limburg.net een overgangsperiode.
2.3. Tarievenreglement inzake de aanvoer van afvalstoffen aan de geautomatiseerde recyclageparken van Limburg.net
Het reglement van Limburg.net voor de tarieven inzake de aanvoer van afvalstoffen aan de geautomatiseerde recyclageparken van Limburg.net treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
De gemeenteraad stelt het belastingreglement voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast.
De gemeenteraad keurt het convenant Limburg.net en de tarievenreglementen van Limburg.net inzake de ophaling van de gft-container met abonnement en inzake de aanvoer van afvalstoffen aan de geautomatiseerde recyclageparken van Limburg.net, goed.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
Gezien de budgetnoodwendigheden en de financiële toestand van de stad Genk, is het voor welomschreven administratieve prestaties die de basisdienstverlening van de stad overstijgen, gerechtvaardigd om een vergoeding in de vorm van een belasting te vragen van de persoon voor wie de administratieve prestaties, op verzoek of ambtshalve, worden geleverd.
Bij het opleggen van een administratieve geldboete voor een overtreding zoals voorzien in artikel 3, 3° van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (‘GAS 4’), of voor een beperkte snelheidsovertreding zoals voorzien in artikel 29quater van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (‘GAS 5’) (hierna ‘GAS-boete’ genoemd), dient stad Genk diverse administratieve prestaties te leveren (i.e. administratieve handelingen, zoals de opmaak en afgifte van een administratief stuk, administratieve dienstverlening, opzoekingen, verificaties, verwerkingen, opvolging van inning, enz.).
Deze administratieve prestaties brengen werkingskosten mee voor de stad, waaronder personeels- en softwarekosten. Gelet op het feit dat het billijk is om personen aan wie een GAS-boete in het kader van verkeersveiligheid wordt opgelegd, te responsabiliseren voor de kosten van deze administratieve prestaties die anders door de gehele gemeenschap van de stad Genk dienen gedragen te worden, is het aangewezen om de overtreders, voor de aanslagjaren 2026-2031, aan een belasting te onderwerpen, om deze kosten (gedeeltelijk) te recupereren. Aldus wordt uitdrukkelijk gesteld dat de belasting géén bijkomende sanctie t.a.v. de overtreders betreft, maar het louter verantwoordelijk stellen van de overtreders voor de opgelopen werkingskosten van de stad, onder de noemer ‘administratieve toeslag’.
In die zin zal de kennisgeving van het bedrag van de GAS-boete ook de kennisgeving van de contantbelasting inhouden, en zal, hoewel het tarief van de belasting op de betalingsuitnodiging opgeteld wordt bij het bedrag van de GAS-boete, uitdrukkelijk vermeld worden dat het om een GAS-boete én een belasting op administratieve prestaties (‘administratieve toeslag’) gaat. Ook de wijze van bezwaar tegen de belastingcomponent zal duidelijk vermeld worden op de betalingsuitnodiging.
De aldus geheven belasting is vergelijkbaar met de administratieve toeslag zoals bepaald in artikel 65, §1, tweede lid van de Wet betreffende de politie over het wegverkeer, die in 2025 € 10,42 bedraagt. In voorliggend belastingreglement wordt dat bedrag als basisbedrag gehanteerd. Dit basisbedrag wordt, overeenkomstig datzelfde artikel van de Wet betreffende de politie over het wegverkeer, jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van het prijspeil via een indexering aan de hand van de index van de consumptieprijzen, waarbij het geïndexeerde tarief wordt afgerond op twee cijfers na de komma. De consumptieprijsindex van november 2024 wordt daarbij als basis gehanteerd (eerste indexering op 1 januari 2026). De door de overtreder verrichte betalingen zullen eerst op de administratieve toeslag toegerekend worden, vervolgens op de GAS-boete.
Het belastingreglement op administratieve prestaties in het kader van GAS-boetes voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 treedt in werking op 1 januari 2026.
De gemeenteraard stelt het belastingreglement op administratieve prestaties in het kader van GAS-boetes voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement op reclamedragers voor de aanslagjaren 2020-2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 16 juni 2020, 21 december 2021 en 17 december 2024, met ingang van resp. 1 januari 2020, 1 januari 2022 en 1 januari 2025). In de gemeenteraad van 17 december 2024 werd eveneens een verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031 goedgekeurd.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Aanpassing van de belastingtarieven aan het prijspeil. Vanaf 2026 worden de belastingtarieven en de minimumheffing jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen, waarbij de geïndexeerde tarieven naar een veelvoud van € 1,00 worden afgerond. De consumptieprijsindex van november 2025 wordt daarbij als basis gehanteerd (eerste indexering in aanslagjaar 2027).
2. Administratieve aanpassing. In het artikel 9 met betrekking tot de aangifteplicht en in het informatieve artikel 13 met betrekking tot de bezwaarprocedure en -voorwaarden, wordt opgenomen dat resp. een aangifte of een bezwaar ook online kan ingediend worden via de website van stad Genk, in zover deze mogelijkheid wordt voorzien.
De wijzigingen aan het belastingreglement op reclamedragers treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op reclamedragers wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 ∗ index november jaar (x - 1) / index november 2025'
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op reclamedragers voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 21 december 2021 volgend reglement vast: ‘belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 21 december 2021, met ingang van 1 januari 2022).
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verlenging van het (belasting)reglement tot en met aanslagjaar 2031. Het getuigt van behoorlijk bestuur om te streven naar een maximale transparantie ten aanzien van de houders van het zakelijk recht en de belastingplichtigen, opdat hen een duidelijk en voorspelbaar toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een (belasting)reglement steeds door de gemeenteraad kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld ingevolge maatschappelijke en/of economische evoluties of voortschrijdend inzicht. De installatievergadering van de gemeenteraad van begin december 2024 luidde de nieuwe legislatuur 2025-2030 in; overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit is het wenselijk om de geldigheidsduur van de belastingreglementen beperkt te houden en de gemeentelijke legislatuur niet langer dan één jaar te laten overschrijden.
Het belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) wordt aldus verlengd met de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Verhoging belastingtarieven in 2026. Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen. Naast het financiële hoofddoel kan een gemeentebelasting een beleidsmatig nevendoel hebben, waarbij hogere belastingtarieven erop gericht kunnen zijn om onwenselijke situaties te ontmoedigen.
Gelet op onderstaande vaststellingen:
Vermits stad Genk ook het nastreven van de effecten van de belasting, zoals eerder bepaald door de gemeenteraad (2019_GEM_00395), wenst verder te zetten en de belastingtarieven aldus voldoende slagkrachtig dienen te zijn om leegstaande panden te activeren, is het, gelet op bovenstaande vaststellingen, aangewezen om:
3. Aanpassing van de belastingtarieven aan het prijspeil. Vanaf 2026 worden de belastingtarieven jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen, waarbij de geïndexeerde tarieven naar een veelvoud van € 5,00 worden afgerond. De consumptieprijsindex van november 2025 wordt daarbij als basis gehanteerd (eerste indexering in aanslagjaar 2027).
4. Aanpassing inzake vrijstellingen. Onder meer volgende vrijstellingen worden aangepast, toegevoegd of geschrapt:
Ter verduidelijking: een vrijstelling waarvan in het belastingreglement vermeld is dat deze geldt voor meer dan één aanslagjaar, dient door de belastingplichtige éénmalig aangevraagd te worden via het formulier zoals beschreven in artikel 10. Na toekenning van de aangevraagde vrijstelling zal de administratie de vrijstelling ambtshalve jaarlijks toekennen, gedurende de voorziene looptijd van de vrijstelling.
4. Overige en administratieve aanpassingen.
- aanpassing definitie ‘administratie’: IGS lokaal Woonbeleid wordt expliciet vermeld; personeelsleden die taken uitvoeren m.b.t. leegstandsbeheer krijgen onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden;
- toevoeging definitie ‘administratieve akte’;
- aanpassing definitie ‘beroepsinstantie’;
- aanpassing definitie ‘gebouw’ en explicitering van 2 types van gebouwen: handelshuis en groep van assistentiewoningen;
- verduidelijking wanneer een nieuw gebouw, nieuwe woning of nieuwe kamer (nieuwbouw) als leegstaand wordt beschouwd; dit is nodig, omdat er nog geen eerdere bewoning is geweest en het laatste gebruik nog niet kan worden vastgesteld;
- aanpassing definitie ‘leegstaande woning’ met verduidelijking van een effectief en niet-occasioneel gebruik, waarbij de verschillende types diensten worden gebundeld onder 1 noemer ‘diensten’ en waarbij wordt opgenomen dat er voor het effectief en niet-occasioneel gebruik een omgevingsvergunning moet worden voorgelegd, wanneer de functiewijziging vergunningsplichtig is. Functiewijzigingen die niet vergund zijn, worden niet aanvaard. Het gebruik moet conform de omgevingsvergunning zijn. Op die manier worden het leegstandsbeleid en het omgevingsbeleid op elkaar afgestemd, en worden onvergunde functiewijzigingen die de gemeente niet wil regulariseren, niet gedoogd via het leegstandsreglement. Dit impliceert dat het leegstandsdossier pas na een regularisatie van de functiewijziging kan geschrapt worden, en dat er bij opname geen rekening zal gehouden worden met het effectieve en niet-occasionele gebruik, wanneer er geen vergunde functiewijziging is (en de woning louter als woning vergund is); voor een woning betekent dit dat indien de woning niet bewoond is, de woning zal worden geïnventariseerd, ongeacht eventueel gebruik volgens een andere, onvergunde functie. Bovendien wordt verduidelijkt hoe het effectief- en niet occasioneel gebruik kan aangetoond worden.
De wijzigingen aan het belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 ∗ index november jaar (x - 1) / index november 2025’;
§1 Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na de datum van de poststempel, kan een eigenaar bij de beroepsinstantie een beroep aantekenen tegen: - een beslissing om een gebouw, woning of kamer op te nemen in het leegstandsregister; - een beslissing om een gebouw, woning of kamer al dan niet te schrappen uit het leegstandsregister; - een beslissing om een gebouw, woning of kamer een vrijstelling van de belasting toe te kennen of te weigeren. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten: - de identiteit en het adres van de indiener; - de aanwijzing van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning/kamer waarop het beroepschrift betrekking heeft; - de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie of de al dan niet schrapping van het gebouw of de woning/kamer ten onrechte is gebeurd; de vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed; of - de bewijsstukken die aantonen dat de vrijstelling van de belasting ten onrechte werd toegekend of geweigerd. Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de zending gehanteerd. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat. De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij of zij nodig acht.
§2 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden. De indiener moet de intrekking van het oude beroepschrift vermelden in het vervangende beroepschrift.
§3 Elk inkomend beroepschrift wordt in het gemeentelijk leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4 Het beroepschrift is alleen onontvankelijk: - als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen van dit reglement; of - als het beroepschrift niet uitgaat van een eigenaar of zijn vertegenwoordiger; of - als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5 Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de administratie dit onverwijld mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
§6 Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op basis van bewijsstukken of met een plaatsbezoek, dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep is ongegrond als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het plaatsbezoek.
§7 De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en bezorgt zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na de datum van het beroepschrift.
§8 Indien de beslissing tot opname in of niet-schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de eigenaar onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw, de woning of de kamer in het gemeentelijk leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
§9 Het beroep kan via één van volgende kanalen worden ingediend: - E-mail: info@woneningaoz.be - Post: College van burgemeester en schepenen, Stadsplein 1, 3600 Genk
§10 Indien de eigenaar niet akkoord gaat met een beslissing van de beroepsinstantie, dan kan deze de beslissing aanvechten voor de rechtbank van eerste aanleg. De termijn om in hoger beroep te gaan bedraagt 3 maanden na de kennisgeving van de beslissing door de beroepsinstantie. Een hoger beroep kan enkel ingediend worden als de beroepsmiddelen bij de gemeente of de beroepsinstantie zijn uitgeput.’;
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement op ontbrekende parkeerplaatsen voor de aanslagjaren 2020-2025’.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031. Het getuigt van behoorlijk bestuur om te streven naar een maximale transparantie ten aanzien van de belastingplichtigen, opdat hen een duidelijk en voorspelbaar toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een belastingreglement steeds door de gemeenteraad kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld ingevolge maatschappelijke en/of economische evoluties of voortschrijdend inzicht. De installatievergadering van de gemeenteraad van december 2024 luidde de nieuwe legislatuur 2025-2030 in; overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit is het wenselijk om de geldigheidsduur van de belastingreglementen beperkt te houden en de gemeentelijke legislatuur niet langer dan één jaar te laten overschrijden.
Het belastingreglement op ontbrekende parkeerplaatsen wordt aldus verlengd met de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Administratieve aanpassingen.
De wijzigingen aan het belastingreglement op ontbrekende parkeerplaatsen treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op ontbrekende parkeerplaatsen wordt gewijzigd als volgt:
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op ontbrekende parkeerplaatsen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement op de verspreiding van ongeadresseerde drukwerken en/of gelijkgestelde producten voor de aanslagjaren 2020-2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 17 december 2024, met ingang van 1 januari 2025). In de gemeenteraad van 17 december 2024 werd eveneens een verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031 goedgekeurd.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Aanpassing van de belastingtarieven aan het prijspeil. Vanaf 2026 worden voor de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en/of gelijkgestelde producten via brievenbussen het belastingtarief per verspreid exemplaar en de minimumheffing jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen, waarbij de geïndexeerde tarieven worden afgerond resp. op vier cijfers na de komma en op twee cijfers na de komma. Ook de belastingtarieven per dag voor de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en/of gelijkgestelde producten op het openbaar domein van de stad worden jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen, waarbij de geïndexeerde tarieven worden afgerond op twee cijfers na de komma. De consumptieprijsindex van november 2025 wordt daarbij als basis gehanteerd (eerste indexering in aanslagjaar 2027).
2. Administratieve aanpassing. In het artikel 7 met betrekking tot de aangifteplicht en in het informatieve artikel 10 met betrekking tot de bezwaarprocedure en -voorwaarden, wordt opgenomen dat resp. een aangifte of een bezwaar ook online kan ingediend worden via de website van stad Genk, in zover deze mogelijkheid wordt voorzien.
De wijzigingen aan het belastingreglement op de verspreiding van ongeadresseerde drukwerken en/of gelijkgestelde producten treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op de verspreiding van ongeadresseerde drukwerken en/of gelijkgestelde producten wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 ∗ index november jaar (x - 1) / index november 2025'
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 ∗ index november jaar (x - 1) / index november 2025'
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op de verspreiding van ongeadresseerde drukwerken en/of gelijkgestelde producten voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het stadscentrum en in de lokale en bovenlokale handelszones voor de aanslagjaren 2020-2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 15 december 2020 en 17 december 2024, met ingang van resp. 1 januari 2020 en 1 januari 2025). In de gemeenteraad van 17 december 2024 werd eveneens een verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031 goedgekeurd.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Aanpassing van de belastingtarieven aan het prijspeil. Vanaf 2026 worden de belastingtarieven jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen, waarbij de geïndexeerde tarieven naar een veelvoud van € 5,00 worden afgerond. De consumptieprijsindex van november 2025 wordt daarbij als basis gehanteerd (eerste indexering belastingtarieven aanslagjaar 2027).
2. Administratieve aanpassingen.
De wijzigingen aan het belastingreglement op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het stadscentrum en in de lokale en bovenlokale handelszones treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het stadscentrum en in de lokale en bovenlokale handelszones wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 * index november jaar (x-1)/ index november 2025'
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het stadscentrum en in de lokale en bovenlokale handelszones voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement op nachtwinkels voor de aanslagjaren 2020-2025’.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031. Het getuigt van behoorlijk bestuur om te streven naar een maximale transparantie ten aanzien van de belastingplichtigen, opdat hen een duidelijk en voorspelbaar toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een belastingreglement steeds door de gemeenteraad kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld ingevolge maatschappelijke en/of economische evoluties of voortschrijdend inzicht. De installatievergadering van de gemeenteraad van begin december 2024 luidde de nieuwe legislatuur 2025-2030 in; overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit is het wenselijk om de geldigheidsduur van de belastingreglementen beperkt te houden en de gemeentelijke legislatuur niet langer dan één jaar te laten overschrijden.
Het belastingreglement op nachtwinkels wordt aldus verlengd met de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Administratieve aanpassing. In het artikel 6 met betrekking tot de aangifteplicht en in het informatieve artikel 9 met betrekking tot de bezwaarprocedure en -voorwaarden, wordt opgenomen dat resp. een aangifte en/of melding, of een bezwaar ook online kan ingediend worden via de website van stad Genk, in zover deze mogelijkheid wordt voorzien.
De wijzigingen aan het belastingreglement op nachtwinkels treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op nachtwinkels wordt gewijzigd als volgt:
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op nachtwinkels voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement met betrekking tot de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2020-2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 15 december 2020 en 17 december 2024, met ingang van resp. 1 januari 2020 en 1 januari 2025). In de gemeenteraad van 17 december 2024 werd eveneens een verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031 goedgekeurd.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verhoging belastingtarieven. Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen. Op voorstel van de inhoudelijke diensten en in nauw overleg met de toeristische sector worden via voorliggend wijzigingsbesluit de belastingtarieven gradueel verhoogd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Administratieve aanpassing.
De wijzigingen aan het belastingreglement met betrekking tot de verblijfsbelasting treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement met betrekking tot de verblijfsbelasting wordt gewijzigd als volgt:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| € 245,00 | € 260,00 | € 270,00 | € 285,00 | € 295,00 | € 310,00 |
| € 815,00 | € 860,00 | € 900,00 | € 945,00 | € 985,00 | € 1.030,00 |
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement met betrekking tot de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2020-2025’.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031. Het getuigt van behoorlijk bestuur om te streven naar een maximale transparantie ten aanzien van de belastingplichtigen, opdat hen een duidelijk en voorspelbaar toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een belastingreglement steeds door de gemeenteraad kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld ingevolge maatschappelijke en/of economische evoluties of voortschrijdend inzicht. De installatievergadering van de gemeenteraad van december 2024 luidde de nieuwe legislatuur 2025-2030 in; overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit is het wenselijk om de geldigheidsduur van de belastingreglementen beperkt te houden en de gemeentelijke legislatuur niet langer dan één jaar te laten overschrijden.
Het belastingreglement op tweede verblijven wordt aldus verlengd met de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Verhoging belastingtarieven. Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen. Naast het financiële hoofddoel kan een gemeentebelasting een beleidsmatig nevendoel hebben, waarbij hogere belastingtarieven erop gericht kunnen zijn om onwenselijke situaties te ontmoedigen.
Er kan vastgesteld worden dat het aantal geregistreerde tweede verblijven in Genk groeit. De laatste jaren is deze aangroei met name te wijten aan de woningen, kamers of gebouwen die verhuurd worden aan (buitenlandse) arbeidskrachten, die er zich niet domiciliëren. De eigenaar kan een stevige huur vragen (vaak per kamer), die een modaal gezin niet kan betalen, waardoor gezinnen uit de markt worden geprijsd, het beschikbaar woonaanbod voor hen afneemt, en het residentieel wonen (wonen als hoofdverblijf) wordt ondergraven. De maatschappelijke participatie van tijdelijke bewoners is bovendien gering: ze integreren zich vaak niet spontaan en zijn minder geneigd te investeren in hun buurt of in sociale relaties met buren. Dit geldt ook voor panden die niet verhuurd of bewoond worden. Te veel tweede verblijven ondermijnen aldus het sociale leven in de buurt of in appartementsgebouwen. Om de sociale cohesie, de leefbaarheid en het wonen voor eigen inwoners te bevorderen, acht stad Genk het wenselijk om het gebruik van woningen, gebouwen of kamers als tweede verblijf, zowel door de eigenaar als door de huurder, te beperken. Een hogere heffing in het kader van het belastingreglement op tweede verblijven kan hiertoe bijdragen.
Voor aanslagjaar 2025 bedroeg de gemiddelde heffing voor een tweede verblijf (m.u.v. een kamerwoning) in Vlaanderen € 809,00 en in Limburg € 583,00. In de centrumsteden met leegstandsreglement bedroeg de gemiddelde heffing € 1.117,00. De mediaan ligt op € 1.000,00. Op basis van deze benchmarking is het niet onredelijk om de basisbelasting voor Genk van gemiddeld € 500,00 naar gemiddeld € 1.000,00 per tweede verblijf (m.u.v. de kamerwoningen) op te trekken. Naar analogie wordt ook het belastingtarief voor een tweede verblijf dat als kamerwoning ter beschikking wordt gesteld, verdubbeld tot € 200,00 per jaar.
Aldus worden, via voorliggend wijzigingsbesluit, de belastingtarieven verhoogd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
3. Aanpassing inzake vrijstellingen. Er worden vrijstellingen toegevoegd voor:
Ter verduidelijking: een vrijstelling waarvan in het belastingreglement vermeld is dat deze geldt voor meer dan één aanslagjaar, dient door de belastingplichtige éénmalig aangevraagd te worden via het aangifteformulier zoals beschreven in artikel 6. Na toekenning van de aangevraagde vrijstelling zal de administratie de vrijstelling ambtshalve jaarlijks toekennen, gedurende de voorziene looptijd van de vrijstelling.
4. Administratieve aanpassing.
De wijzigingen aan het belastingreglement op tweede verblijven treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op tweede verblijven wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 ∗ index november jaar (x - 1) / index november 2025’;
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 15 december 2020 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement op masten en pylonen op het grondgebied van stad Genk voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 20 mei 2025, met ingang van 1 januari 2024).
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031. Het getuigt van behoorlijk bestuur om te streven naar een maximale transparantie ten aanzien van de belastingplichtigen, opdat hen een duidelijk en voorspelbaar toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een belastingreglement steeds door de gemeenteraad kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld ingevolge maatschappelijke en/of economische evoluties of voortschrijdend inzicht. De installatievergadering van de gemeenteraad van begin december 2024 luidde de nieuwe legislatuur 2025-2030 in; overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit is het wenselijk om de geldigheidsduur van de belastingreglementen beperkt te houden en de gemeentelijke legislatuur niet langer dan één jaar te laten overschrijden.
Het belastingreglement op masten en pylonen op het grondgebied van stad Genk wordt aldus verlengd met de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Verhoging belastingtarieven in 2026. Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen; de eerder vastgestelde principes inzake de bepaling van het belastingtarief blijven daarbij gehandhaafd.
3. Aanpassing van de belastingtarieven aan het prijspeil. Vanaf 2026 worden de belastingtarieven jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen, waarbij de geïndexeerde tarieven naar een veelvoud van € 5,00 worden afgerond. De consumptieprijsindex van november 2025 wordt daarbij als basis gehanteerd (eerste indexering in aanslagjaar 2027).
4. Administratieve aanpassing. In het artikel 6 met betrekking tot de aangifteplicht en in het informatieve artikel 9 met betrekking tot de bezwaarprocedure en -voorwaarden, wordt opgenomen dat resp. een aangifte of een bezwaar ook online kan ingediend worden via de website van stad Genk, in zover deze mogelijkheid wordt voorzien.
De wijzigingen aan het belastingreglement op masten en pylonen op het grondgebied van stad Genk treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op masten en pylonen op het grondgebied van stad Genk wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 * index november jaar (x-1)/ index november 2025.
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op masten en pylonen op het grondgebied van stad Genk voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 16 november 2021 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement op de economische bedrijvigheid in vestigingen op het grondgebied van stad Genk voor de aanslagjaren 2021-2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 14 februari 2023 en 17 december 2024, met ingang van resp. 1 januari 2022 en 1 januari 2025). In de gemeenteraad van 17 december 2024 werd eveneens een verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031 goedgekeurd.
Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen en desgevallend in verminderingen te voorzien. Na een uitgebreid en constructief overlegtraject dat in de loop van 2025 met een delegatie vanuit de werkgeverorganisaties en een afvaardiging van het bedrijfsleven werd doorlopen, worden via voorliggend wijzigingsbesluit vier gronden voor belastingverminderingen vanaf aanslagjaar 2026 geschrapt. Deze aanpassing gaat gepaard met een uitstel van indexering van alle belastingtarieven voor 4 aanslagjaren, zodat alle tarieven tot en met aanslagjaar 2029 constant blijven.
In concreto worden volgende wijzigingen voorzien:
1. Opheffing van bepaalde belastingverminderingen vanaf aanslagjaar 2026. Vanaf aanslagjaar 2026 worden geen nieuwe verminderingen meer toegekend voor nieuwe vestigingen met economische bedrijvigheid op het grondgebied van stad Genk, voor bestaande vestigingen die investeren in een installatie voor het opwekken van groene stroom door zonne- of windenergie, voor bestaande vestigingen die deelnemen aan een erkend innovatietraject en voor bestaande vestigingen die een groei realiseren in bebouwde oppervlakte of in tewerkstelling. Enerzijds draagt de opheffing van de toekenning van deze verminderingen vanaf aanslagjaar 2026 bij tot de vereenvoudiging van het aangifteproces en de transparantie van het belastingreglement ten aanzien van de belastingplichtigen; anderzijds betekent dit ook een verlichting van de administratieve lasten verbonden aan de vestiging van de belasting.
Overgangsmaatregel: de belastingverminderingen die werden toegekend vóór aanslagjaar 2026, en waarvoor de toekenning doorloopt in aanslagjaar 2026 (en volgende), zonder dat daarvoor een nieuwe toekenningsbeslissing vereist is in aanslagjaar 2026 (en volgende), blijven onverminderd van toepassing voor de resterende duur en onder de voorwaarden die van kracht waren op het moment van toekenning van de vermindering. Concreet geldt dit voor volgende verminderingstypes:
2. Aanpassing van de belastingtarieven aan het prijspeil. Vanaf 2029 wordt een jaarlijkse indexering van de belastingtarieven voorzien op basis van de index van de consumptieprijzen. Dit betekent dat vanaf 2029 de belastingtarieven jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd worden bij iedere ‘verjaardag’ van het reglement; de eerste indexering van de tarieven vindt dus plaats op 1 januari 2030. Daarbij wordt de consumptieprijsindex van november 2028 als basis gehanteerd en worden de geïndexeerde tarieven naar een veelvoud van € 5,00 afgerond.
3. Administratieve aanpassing. In het artikel 9 met betrekking tot de aangifteplicht en in het informatieve artikel 13 met betrekking tot de bezwaarprocedure en -voorwaarden, wordt opgenomen dat resp. een aangifte of een bezwaar ook online kan ingediend worden via de website van stad Genk, in zover deze mogelijkheid wordt voorzien.
De wijzigingen aan het belastingreglement op de economische bedrijvigheid in vestigingen op het grondgebied van stad Genk treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op de economische bedrijvigheid in vestigingen op het grondgebied van stad Genk wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2029 ∗ index november jaar (x - 1) / index november 2028’;
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op de economische bedrijvigheid in vestigingen op het grondgebied van stad Genk voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement betreffende de privéwaterafvoer voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025’.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031. Het getuigt van behoorlijk bestuur om te streven naar een maximale transparantie ten aanzien van de houders van het zakelijk recht en de belastingplichtigen, opdat hen een duidelijk en voorspelbaar toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een belastingreglement steeds door de gemeenteraad kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld ingevolge maatschappelijke en/of economische evoluties of voortschrijdend inzicht. De installatievergadering van de gemeenteraad van december 2024 luidde de nieuwe legislatuur 2025-2030 in. Overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit is het wenselijk om de geldigheidsduur van de belastingreglementen beperkt te houden en de gemeentelijke legislatuur niet langer dan één jaar te laten overschrijden.
Het belastingreglement betreffende de privéwaterafvoer wordt aldus verlengd met de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Diverse aanpassingen vanaf 2026. Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen. Naast het financiële hoofddoel kan een gemeentebelasting een beleidsmatig nevendoel hebben, waarbij belastingtarieven erop gericht kunnen zijn om onwenselijke situaties te ontmoedigen, zoals eerder bepaald door de gemeenteraad (2019_GEM_00412).
Gelet op het (gewijzigde) Algemeen Waterverkoopreglement, voortschrijdend inzicht en het advies van VLARIO, het overlegplatform rioleringen Vlaanderen, is het aangewezen om volgende wijzigingen aan te brengen aan voorliggend belastingreglement:
Bovendien wordt, naast een aantal diverse aanpassingen (o.a. verwijzing naar betreffende regelgeving, aanpassing benaming rioolbeheerder), in het informatieve artikel 10 met betrekking tot de bezwaarprocedure en -voorwaarden, opgenomen dat een bezwaar ook online kan ingediend worden via de website van stad Genk, in zover deze mogelijkheid wordt voorzien. Tot slot wordt een artikel betreffende een aantal overgangsbepalingen toegevoegd.
De wijzigingen aan het belastingreglement betreffende de privéwaterafvoer treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement betreffende de privéwaterafvoer wordt gewijzigd als volgt:
§1. Ingeval in de loop van 2025 een aanmaning werd verstuurd waarvan de aanmaningstermijn in 2026 verstrijkt, zal in 2026 een nieuwe aanmaning verstuurd worden overeenkomstig de bepalingen van voorliggend reglement ingaande op 1 januari 2026; de in 2025 verstuurde aanmaning en bijbehorende aanmaningstermijn komt bijgevolg te vervallen.
§2. Ingeval in aanslagjaar 2025 (en desgevallend voorgaande aanslagjaren) een belasting werd geheven overeenkomstig de vanaf 1 januari 2026 opgeheven bepaling in artikel 6 §1, zal in 2026 een belasting geheven worden overeenkomstig de bepalingen van voorliggend reglement ingaande op 1 januari 2026.’.
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement betreffende de privéwaterafvoer voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 21 december 2021 volgend reglement vast: ‘Reglement inzake inventarisatie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 20 juni 2023, met ingang van 1 januari 2023).
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verlenging van het (belasting)reglement tot en met aanslagjaar 2031. Het getuigt van behoorlijk bestuur om te streven naar een maximale transparantie ten aanzien van de houders van het zakelijk recht en de belastingplichtigen, opdat hen een duidelijk en voorspelbaar toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een (belasting)reglement steeds door de gemeenteraad kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld ingevolge maatschappelijke en/of economische evoluties of voortschrijdend inzicht. De installatievergadering van de gemeenteraad van december 2024 luidde de nieuwe legislatuur 2025-2030 in. Overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit is het wenselijk om de geldigheidsduur van de belastingreglementen beperkt te houden en de gemeentelijke legislatuur niet langer dan één jaar te laten overschrijden.
Het reglement inzake inventarisatie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) wordt aldus verlengd met de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Verhoging belastingtarieven in 2026. Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen. Bij de initiële vaststelling van het reglement werd uitgegaan van vergelijkbare belastingtarieven met de leegstandsheffing. Beide reglementen beogen immers eenzelfde activerend effect.
Gelet op de voorziene stijging van de tarieven in het kader van het ‘belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Lokaal Woonbeleid GAOZ’ – onder meer omwille van de significante stijging van de ABEX- en de consumptieprijsindex sinds 2010, en op basis van een benchmarking met de Belfiusclusters ‘grote steden en regionale steden’ (cluster voor Genk) en ‘landelijke gemeenten of verstedelijkte plattelandsgemeenten met sterke demografische groei’ (cluster voor Oudsbergen, As en Zutendaal) – worden de belastingtarieven voor verwaarloosde woningen, kamers en gebouwen in diezelfde zin verhoogd.
3. Aanpassing van de belastingtarieven aan het prijspeil. Vanaf 2026 worden de belastingtarieven jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen, waarbij de geïndexeerde tarieven naar een veelvoud van € 5,00 worden afgerond. De consumptieprijsindex van november 2025 wordt daarbij als basis gehanteerd (eerste indexering in aanslagjaar 2027).
4. Administratieve aanpassing. In het informatieve artikel 14 met betrekking tot de bezwaarprocedure en -voorwaarden, wordt opgenomen dat een bezwaar ook online kan ingediend worden via de website van stad Genk, in zover deze mogelijkheid wordt voorzien.
De wijzigingen aan het reglement inzake inventarisatie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het reglement inzake inventarisatie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 ∗ index november jaar (x - 1) / index november 2025’;
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het reglement inzake inventarisatie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.
Via retributies kunnen bepaalde kosten gerecupereerd worden van diegenen, die voordelen halen uit een dienst die door de stad wordt geleverd.
Voor de inname van openbaar domein van de stad Genk, is het aangewezen, gezien de budgetnoodwendigheden en de financiële toestand van de stad Genk, een billijke vergoeding aan te rekenen om de kostprijs (gedeeltelijk) te recupereren. Innames van openbaar domein vergen immers belangrijke inspanningen voor de stad Genk, waaronder personeels-, software- en administratiekosten voor de verwerking van de vergunningsaanvragen, de aflevering van de innamevergunningen, de plaatsing van signalisatie, de opvolging, eventuele regularisaties van innamevergunningen, e.d. Daarnaast kan de retributie beschouwd worden als een vergoeding voor de ter beschikking stelling van stadsgronden, voor de (verkeers)hinder voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en/of personenwagens, en/of voor de gederfde inkomsten als gevolg van het niet beschikbaar zijn van betalende parkeerplaatsen voor andere gebruikers.
Voor de vaststelling van de retributies worden onder meer volgende principes gehanteerd:
Innames van openbaar domein door of voor rekening van groep Genk, andere overheden of woonmaatschappijen worden vrijgesteld van de retributie, alsook innames van openbaar domein die begrepen zijn onder het toepassingsgebied van andere retributie- of belastingreglementen van de stad Genk, om dubbele aanrekening te vermijden.
In het retributiereglement wordt een machtiging van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen voorzien om, mits voorafgaandelijke beslissing, de retributietarieven aan te passen op basis van de consumptieprijsindex, en de geïndexeerde bedragen af te ronden, om aldus de retributietarieven in overeenstemming te houden met het algemeen stijgende prijspeil. Deze indexering kan jaarlijks gebeuren; de consumptieprijsindex van november 2025 wordt daarbij als basis gehanteerd. Daarnaast wordt het college van burgemeester en schepenen ook gemachtigd om, mits voorafgaandelijke collegebeslissing, de vrijstelling voor innames van openbaar domein door of voor rekening van andere overheden of woonmaatschappijen geheel of gedeeltelijk te schrappen bij overschrijding van de redelijke termijn en/of de redelijke oppervlakte van de inname.
In het inhoudelijk reglement betreffende inname van het openbaar domein in Genk worden, naast de definities, het toepassingsgebied en de gebiedsomschrijving ook de modaliteiten omtrent de aanpassing van de innamevergunning door de aanvrager, de regularisatie van de innamevergunning door stad Genk, de overgangsbepalingen, e.d. opgenomen. Beide reglementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Het retributiereglement gaat in vanaf 1 mei 2026.De gemeenteraad stelt het retributiereglement voor de inname van openbaar domein van de stad Genk vast.
Het retributiereglement gaat in vanaf 1 mei 2026.
Het is aangewezen dat de hinder, veroorzaakt door werken aan permanente nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein, via een retributie vergoed wordt door de eigenaar van de nutsvoorziening.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend retributiereglement vast: ‘Retributiereglement voor werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein’, ingaande op 1 januari 2020 (gewijzigd in de gemeenteraad van 20 december 2022, met ingang van 1 januari 2023).
Vanaf 1 januari 2025 is de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) omgevormd naar de Vlaamse Nutsregulator (VNR). Via voorliggende aanpassing wordt, op voordracht van distributienetbeheerder Fluvius, de verwijzing naar ‘VREG’ vervangen door ‘VNR’. Het retributiereglement blijft verder ongewijzigd.
De wijziging gaat in vanaf 1 januari 2026.
Het retributiereglement voor werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein wordt gewijzigd als volgt:
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het retributiereglement voor werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein goed.
Deze wijziging gaat in vanaf 1 januari 2026.
Goedkeuring van het aangepaste retributiereglement voor administratieve dienstverlening, met ingang van 1 januari 2026.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend retributiereglement vast: ‘Retributiereglement voor administratieve dienstverlening’, ingaande op 1 januari 2020 (gewijzigd in de gemeenteraad van 21 december 2021, 19 december 2023, 20 februari 2024, 21 mei 2024, 18 juni 2024, 17 december 2024 en 16 september 2025, met ingang van resp. 1 januari 2022, 1 januari 2024, 1 maart 2024, 1 juni 2024, 1 juli 2024, 1 januari 2025 en 1 oktober 2025).
Op voorstel van de inhoudelijke diensten en het beheerscomité van IGS Lokaal Woonbeleid GAOZ d.d. 16 oktober 2025 wordt volgende wijziging aan het retributiereglement aangebracht:
Deze wijziging gaat in vanaf 1 januari 2026.
Het retributiereglement voor administratieve dienstverlening wordt gewijzigd als volgt:
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het retributiereglement voor administratieve dienstverlening goed.
Deze wijziging gaat in vanaf 1 januari 2026.
De gemeenteraad en raad van bestuur AGB keurden op 21 januari 2020 de statuten en de beheersovereenkomst stad-AGB, met in bijlage 1 de tarievenlijst (inwerkingtreding op 1 februari 2020), goed.
De tarievenlijst werd gewijzigd door de gemeenteraad en raad van bestuur AGB d.d. 15 december 2020 (met ingang van 1 januari 2021), d.d. 23 februari 2021 (met ingang van 1 maart 2021), d.d. 23 maart 2021 (met ingang van 1 april 2021), d.d. 26 april 2022 (met ingang van 1 mei 2022), d.d. 18 oktober 2022 (met ingang van 1 november 2022), d.d. 20 juni 2023 (met ingang van 1 juli 2023), d.d. 19 maart 2024 (met ingang van 1 april 2024), d.d. 17 december 2024 (met ingang van 1 januari 2025) en d.d. 22 april 2025 (met ingang van 1 mei/september 2025).
De raad van bestuur AGB en de gemeenteraad keurden op 18 maart 2025 de nieuwe beheersovereenkomst stad-AGB, met in bijlage 1 de tarievenlijst, goed.
Overeenkomstig artikel 11 §3 van de beheersovereenkomst stad-AGB gebeurt het vaststellen en wijzigen van de tarieven door de raad van bestuur van het AGB, na goedkeuring door de gemeenteraad.Op voorstel van de inhoudelijke diensten worden onder meer volgende wijzigingen aan de tarievenlijst aangebracht:
Deze wijzigingen treden in werking vanaf 1 januari 2026.
De gemeenteraad keurt de wijzigingen van de tarievenlijst goed.
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van de tarievenlijst goed.
De wijzigingen gaan in vanaf 1 januari 2026.
De wijzigingen van de tarievenlijst worden ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur van 16 december 2025.