Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 21 december 2021 volgend reglement vast: ‘belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 21 december 2021, met ingang van 1 januari 2022).
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verlenging van het (belasting)reglement tot en met aanslagjaar 2031. Het getuigt van behoorlijk bestuur om te streven naar een maximale transparantie ten aanzien van de houders van het zakelijk recht en de belastingplichtigen, opdat hen een duidelijk en voorspelbaar toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een (belasting)reglement steeds door de gemeenteraad kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld ingevolge maatschappelijke en/of economische evoluties of voortschrijdend inzicht. De installatievergadering van de gemeenteraad van begin december 2024 luidde de nieuwe legislatuur 2025-2030 in; overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit is het wenselijk om de geldigheidsduur van de belastingreglementen beperkt te houden en de gemeentelijke legislatuur niet langer dan één jaar te laten overschrijden.
Het belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) wordt aldus verlengd met de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Verhoging belastingtarieven in 2026. Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen. Naast het financiële hoofddoel kan een gemeentebelasting een beleidsmatig nevendoel hebben, waarbij hogere belastingtarieven erop gericht kunnen zijn om onwenselijke situaties te ontmoedigen.
Gelet op onderstaande vaststellingen:
Vermits stad Genk ook het nastreven van de effecten van de belasting, zoals eerder bepaald door de gemeenteraad (2019_GEM_00395), wenst verder te zetten en de belastingtarieven aldus voldoende slagkrachtig dienen te zijn om leegstaande panden te activeren, is het, gelet op bovenstaande vaststellingen, aangewezen om:
3. Aanpassing van de belastingtarieven aan het prijspeil. Vanaf 2026 worden de belastingtarieven jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen, waarbij de geïndexeerde tarieven naar een veelvoud van € 5,00 worden afgerond. De consumptieprijsindex van november 2025 wordt daarbij als basis gehanteerd (eerste indexering in aanslagjaar 2027).
4. Aanpassing inzake vrijstellingen. Onder meer volgende vrijstellingen worden aangepast, toegevoegd of geschrapt:
Ter verduidelijking: een vrijstelling waarvan in het belastingreglement vermeld is dat deze geldt voor meer dan één aanslagjaar, dient door de belastingplichtige éénmalig aangevraagd te worden via het formulier zoals beschreven in artikel 10. Na toekenning van de aangevraagde vrijstelling zal de administratie de vrijstelling ambtshalve jaarlijks toekennen, gedurende de voorziene looptijd van de vrijstelling.
4. Overige en administratieve aanpassingen.
- aanpassing definitie ‘administratie’: IGS lokaal Woonbeleid wordt expliciet vermeld; personeelsleden die taken uitvoeren m.b.t. leegstandsbeheer krijgen onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden;
- toevoeging definitie ‘administratieve akte’;
- aanpassing definitie ‘beroepsinstantie’;
- aanpassing definitie ‘gebouw’ en explicitering van 2 types van gebouwen: handelshuis en groep van assistentiewoningen;
- verduidelijking wanneer een nieuw gebouw, nieuwe woning of nieuwe kamer (nieuwbouw) als leegstaand wordt beschouwd; dit is nodig, omdat er nog geen eerdere bewoning is geweest en het laatste gebruik nog niet kan worden vastgesteld;
- aanpassing definitie ‘leegstaande woning’ met verduidelijking van een effectief en niet-occasioneel gebruik, waarbij de verschillende types diensten worden gebundeld onder 1 noemer ‘diensten’ en waarbij wordt opgenomen dat er voor het effectief en niet-occasioneel gebruik een omgevingsvergunning moet worden voorgelegd, wanneer de functiewijziging vergunningsplichtig is. Functiewijzigingen die niet vergund zijn, worden niet aanvaard. Het gebruik moet conform de omgevingsvergunning zijn. Op die manier worden het leegstandsbeleid en het omgevingsbeleid op elkaar afgestemd, en worden onvergunde functiewijzigingen die de gemeente niet wil regulariseren, niet gedoogd via het leegstandsreglement. Dit impliceert dat het leegstandsdossier pas na een regularisatie van de functiewijziging kan geschrapt worden, en dat er bij opname geen rekening zal gehouden worden met het effectieve en niet-occasionele gebruik, wanneer er geen vergunde functiewijziging is (en de woning louter als woning vergund is); voor een woning betekent dit dat indien de woning niet bewoond is, de woning zal worden geïnventariseerd, ongeacht eventueel gebruik volgens een andere, onvergunde functie. Bovendien wordt verduidelijkt hoe het effectief- en niet occasioneel gebruik kan aangetoond worden.
De wijzigingen aan het belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 ∗ index november jaar (x - 1) / index november 2025’;
§1 Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na de datum van de poststempel, kan een eigenaar bij de beroepsinstantie een beroep aantekenen tegen: - een beslissing om een gebouw, woning of kamer op te nemen in het leegstandsregister; - een beslissing om een gebouw, woning of kamer al dan niet te schrappen uit het leegstandsregister; - een beslissing om een gebouw, woning of kamer een vrijstelling van de belasting toe te kennen of te weigeren. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten: - de identiteit en het adres van de indiener; - de aanwijzing van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning/kamer waarop het beroepschrift betrekking heeft; - de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie of de al dan niet schrapping van het gebouw of de woning/kamer ten onrechte is gebeurd; de vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed; of - de bewijsstukken die aantonen dat de vrijstelling van de belasting ten onrechte werd toegekend of geweigerd. Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de zending gehanteerd. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat. De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij of zij nodig acht.
§2 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden. De indiener moet de intrekking van het oude beroepschrift vermelden in het vervangende beroepschrift.
§3 Elk inkomend beroepschrift wordt in het gemeentelijk leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4 Het beroepschrift is alleen onontvankelijk: - als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen van dit reglement; of - als het beroepschrift niet uitgaat van een eigenaar of zijn vertegenwoordiger; of - als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5 Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de administratie dit onverwijld mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
§6 Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op basis van bewijsstukken of met een plaatsbezoek, dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep is ongegrond als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het plaatsbezoek.
§7 De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en bezorgt zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na de datum van het beroepschrift.
§8 Indien de beslissing tot opname in of niet-schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de eigenaar onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw, de woning of de kamer in het gemeentelijk leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
§9 Het beroep kan via één van volgende kanalen worden ingediend: - E-mail: info@woneningaoz.be - Post: College van burgemeester en schepenen, Stadsplein 1, 3600 Genk
§10 Indien de eigenaar niet akkoord gaat met een beslissing van de beroepsinstantie, dan kan deze de beslissing aanvechten voor de rechtbank van eerste aanleg. De termijn om in hoger beroep te gaan bedraagt 3 maanden na de kennisgeving van de beslissing door de beroepsinstantie. Een hoger beroep kan enkel ingediend worden als de beroepsmiddelen bij de gemeente of de beroepsinstantie zijn uitgeput.’;
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op woningen, gebouwen en kamers die beschouwd worden als leegstaand in het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Lokaal Woonbeleid GAOZ’ (= Genk, As, Oudsbergen, Zutendaal) voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.