Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement met betrekking tot de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2020-2025’ (gewijzigd in de gemeenteraad van 15 december 2020 en 17 december 2024, met ingang van resp. 1 januari 2020 en 1 januari 2025). In de gemeenteraad van 17 december 2024 werd eveneens een verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031 goedgekeurd.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verhoging belastingtarieven. Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen. Op voorstel van de inhoudelijke diensten en in nauw overleg met de toeristische sector worden via voorliggend wijzigingsbesluit de belastingtarieven gradueel verhoogd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Administratieve aanpassing.
De wijzigingen aan het belastingreglement met betrekking tot de verblijfsbelasting treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement met betrekking tot de verblijfsbelasting wordt gewijzigd als volgt:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| € 245,00 | € 260,00 | € 270,00 | € 285,00 | € 295,00 | € 310,00 |
| € 815,00 | € 860,00 | € 900,00 | € 945,00 | € 985,00 | € 1.030,00 |
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement met betrekking tot de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.