Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie. Om een belasting te kunnen innen, dient er een belastingreglement te worden opgesteld als wettelijke basis.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend belastingreglement vast: ‘Belastingreglement inzake de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025’.
Gezien de budgetnoodwendigheden en de financiële toestand van de stad Genk, en gezien het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de stad, is het aangewezen om dit belastingreglement te continueren voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. De belasting wordt vastgesteld op 7,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het WIB 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
De vestiging en de inning van de aanvullende belasting op de personenbelasting gebeurt door de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen en deze belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen, waarbij een administratiekost wordt aangerekend ten bedrage van 1% van de ontvangsten, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikels 469 en volgende van het WIB 1992.
Het belastingreglement inzake de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 treedt in werking op 1 januari 2026.
De gemeenteraad stelt het belastingreglement inzake de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast.