Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend reglement vast: ‘Belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2020-2025’.
Via voorliggend wijzigingsbesluit worden volgende aanpassingen voorzien:
1. Verlenging van het belastingreglement tot en met aanslagjaar 2031. Het getuigt van behoorlijk bestuur om te streven naar een maximale transparantie ten aanzien van de belastingplichtigen, opdat hen een duidelijk en voorspelbaar toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een belastingreglement steeds door de gemeenteraad kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld ingevolge maatschappelijke en/of economische evoluties of voortschrijdend inzicht. De installatievergadering van de gemeenteraad van december 2024 luidde de nieuwe legislatuur 2025-2030 in; overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit is het wenselijk om de geldigheidsduur van de belastingreglementen beperkt te houden en de gemeentelijke legislatuur niet langer dan één jaar te laten overschrijden.
Het belastingreglement op tweede verblijven wordt aldus verlengd met de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
2. Verhoging belastingtarieven. Het behoort tot de gemeentelijke autonomie om de belastingtarieven te bepalen. Naast het financiële hoofddoel kan een gemeentebelasting een beleidsmatig nevendoel hebben, waarbij hogere belastingtarieven erop gericht kunnen zijn om onwenselijke situaties te ontmoedigen.
Er kan vastgesteld worden dat het aantal geregistreerde tweede verblijven in Genk groeit. De laatste jaren is deze aangroei met name te wijten aan de woningen, kamers of gebouwen die verhuurd worden aan (buitenlandse) arbeidskrachten, die er zich niet domiciliëren. De eigenaar kan een stevige huur vragen (vaak per kamer), die een modaal gezin niet kan betalen, waardoor gezinnen uit de markt worden geprijsd, het beschikbaar woonaanbod voor hen afneemt, en het residentieel wonen (wonen als hoofdverblijf) wordt ondergraven. De maatschappelijke participatie van tijdelijke bewoners is bovendien gering: ze integreren zich vaak niet spontaan en zijn minder geneigd te investeren in hun buurt of in sociale relaties met buren. Dit geldt ook voor panden die niet verhuurd of bewoond worden. Te veel tweede verblijven ondermijnen aldus het sociale leven in de buurt of in appartementsgebouwen. Om de sociale cohesie, de leefbaarheid en het wonen voor eigen inwoners te bevorderen, acht stad Genk het wenselijk om het gebruik van woningen, gebouwen of kamers als tweede verblijf, zowel door de eigenaar als door de huurder, te beperken. Een hogere heffing in het kader van het belastingreglement op tweede verblijven kan hiertoe bijdragen.
Voor aanslagjaar 2025 bedroeg de gemiddelde heffing voor een tweede verblijf (m.u.v. een kamerwoning) in Vlaanderen € 809,00 en in Limburg € 583,00. In de centrumsteden met leegstandsreglement bedroeg de gemiddelde heffing € 1.117,00. De mediaan ligt op € 1.000,00. Op basis van deze benchmarking is het niet onredelijk om de basisbelasting voor Genk van gemiddeld € 500,00 naar gemiddeld € 1.000,00 per tweede verblijf (m.u.v. de kamerwoningen) op te trekken. Naar analogie wordt ook het belastingtarief voor een tweede verblijf dat als kamerwoning ter beschikking wordt gesteld, verdubbeld tot € 200,00 per jaar.
Aldus worden, via voorliggend wijzigingsbesluit, de belastingtarieven verhoogd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
3. Aanpassing inzake vrijstellingen. Er worden vrijstellingen toegevoegd voor:
Ter verduidelijking: een vrijstelling waarvan in het belastingreglement vermeld is dat deze geldt voor meer dan één aanslagjaar, dient door de belastingplichtige éénmalig aangevraagd te worden via het aangifteformulier zoals beschreven in artikel 6. Na toekenning van de aangevraagde vrijstelling zal de administratie de vrijstelling ambtshalve jaarlijks toekennen, gedurende de voorziene looptijd van de vrijstelling.
4. Administratieve aanpassing.
De wijzigingen aan het belastingreglement op tweede verblijven treden in werking vanaf 1 januari 2026 en vanaf aanslagjaar 2026.
Het belastingreglement op tweede verblijven wordt gewijzigd als volgt:
geïndexeerd tarief aanslagjaar x = tarief aanslagjaar 2026 ∗ index november jaar (x - 1) / index november 2025’;
De gemeenteraad keurt de gecoördineerde versie van het belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2031 goed.
De wijziging van het belastingreglement gaat in vanaf 1 januari 2026, vanaf aanslagjaar 2026.