Het is budgettair noodzakelijk belastingen te heffen die toelaten de uitgaven van gemeenten in het algemeen te financieren, en aldus de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening – ook op lange termijn – te kunnen handhaven. Belastingen vormen immers een belangrijke bron van inkomsten voor gemeenten, waardoor deze één van de pijlers vormen van de gemeentelijke autonomie. Om een belasting te kunnen innen, dient er een belastingreglement te worden opgesteld als wettelijke basis.
De gemeenteraad stelde op 17 december 2019 volgend belastingreglement vast: ‘Opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ter bestrijding van verkrotting van gebouwen en/of woningen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025’ (gewijzigd gemeenteraad 21 december 2021 met ingang van 1 januari 2022). Gezien de budgetnoodwendigheden en de financiële toestand van de stad Genk is het aangewezen om dit belastingreglement te continueren voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Aldus worden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 100 opcentiemen geheven op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen (ook wel ‘krotbelasting’ genoemd).
In toepassing van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 3.19, § 1, wordt een inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen bijgehouden. Overeenkomstig de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 zijn de gemeenten gemachtigd tot het heffen van een gemeentelijke heffing op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen die opgenomen zijn in deze inventaris. In steden en gemeenten waarin geen dergelijke heffing wordt voorzien, wordt een gewestelijke belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen geheven; de stad heeft de mogelijkheid om opcentiemen te heffen op deze gewestelijke heffing.
De vestiging en de inning van deze opcentiemen gebeuren door toedoen van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 3.1.0.0.4. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Met de heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen wil het Vlaamse gewest de verloedering van de leefomgeving tegengaan. Ook stad Genk wil verkrotting van woningen op het grondgebied van de stad bestrijden en voorkomen, ter bevordering van de leef- en omgevingskwaliteit. De opcentiemen op de Vlaamse heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen houden een extra drukkingsmiddel in ten aanzien van de woningeigenaars van ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen, en in het bijzonder de eigenaars die niet bonafide zijn, om de gebreken weg te werken.
De stad draagt bovendien in aanzienlijke mate bij aan de gewestelijke heffing, aangezien de stad vooronderzoeken opstart in het kader van de procedure ongeschikt-/onbewoonbaarverklaring en zowel eigenaars als huurders begeleidt. In die zin betekent het heffen van opcentiemen op deze gewestelijke heffing een extra inkomst voor de stad voor de geleverde inspanningen in het kader van het woningkwaliteitsbeleid, zonder dat voor de heffing zelf een bijkomende taakbelasting voor de stad ontstaat: aspecten als invordering en bezwaarafhandeling worden immers door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie opgevolgd.
Het belastingreglement inzake de opcentiemen op de Vlaamse heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 treedt in werking op 1 januari 2026.
De gemeenteraad stelt het belastingreglement inzake de opcentiemen op de Vlaamse heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast.